Het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) is een particuliere Nederlandse organisatie die poogt discriminatie tegen te gaan op Nederlandse websites en op websites die op Nederland zijn gericht. Het MDI is een onderdeel van de te Amsterdam gevestigde stichting Magenta, en wordt erkend door de Branchevereniging Nederlandse Internet Providers (NLIP). Het MDI werd op 21 maart 1997 in het Amsterdamse debatcentrum De Balie officieel geopend door toenmalig minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken. Het wordt volledig gefinancierd door het ministerie van Justitie. (wikipedia)
De naam is slim gekozen. Wie is er immers niet tegen discriminatie?
Twijfel.
Het Meldpunt Discriminatie Internet ligt al vanaf de oprichting onder vuur. Een aardig overzicht van de kritiek die het MDI in de beginjaren over zich heen krijgt is bijeen verzameld op Uitingsvrij.
Ook dan al wordt de autoriteit van het MDI in twijfel getrokken: "Allereerst is toetsing aan de wet natuurlijk voorbehouden aan de rechter, niet aan het Meldpunt. De rechter is de enige instantie die een oordeel kan vellen over de toelaatbaarheid van publieke uitingen, juist omdat er altijd sprake is van een delicate afweging tussen verboden en rechten - in casu: van het discriminatieverbod versus de vrijheid van meningsuiting."
(Karin Spaink - De eigenrichting van het MDI in netkwesties editie 76, 31 december 2003)
Discriminatie.
Een punt dat veelal over het hoofd wordt gezien is het feit dat discriminatie op internet helemaal niet bestaat. Het internet is bij uitstek een plaats waar een mens niet beoordeeld wordt op ras, geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid, religie of een eventuele handicap. Een dergelijk kenmerk wordt immers pas bekend als de internetgebruiker het zelf bekend maakt. Van discriminatie op internet kan dus geen sprake zijn.
De artikelen van het Wetboek van Strafrecht die (volgens het MDI) discriminatie op het internet strafbaar stellen reppen dan ook helemaal niet over discriminatie.
Het gaat over groepsbelediging (art. 137c Sr), aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst, etc. (art. 137d), over uitingen die beledigend zijn, of aanzetten tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst, etc. (art. 137e), over deelname of geldelijke of andere stoffelijke steun verlenen aan activiteiten gericht op discriminatie van mensen wegens hun ras, hun godsdienst, etc. (art. 137f) of over het in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf opzettelijk discrimineren van personen wegens ras (137g).
Dat laatste artikel is een beetje vreemd want als discrimineren verboden is, is het dat natuurlijk ook in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf. En waarom alleen wegens ras?
Maar in de Newspeak van het Meldpunt Discriminatie Internet worden de beledigingen en de 'aanzetten tot...' allemaal onder de noemer 'discriminatie' gebracht.
Werkwijze van het MDI.
Het sleutelwoord is intimidatie. Het MDI ontvangt een klacht van een internetgebruiker die zich stoort aan een uiting, beoordeelt de klacht en als het MDI de klacht valide vindt wordt er een dreig-email naar de websitebeheerder of moderator gezonden. In de meeste gevallen geeft de moderator gehoor aan het verzoek om de uiting te verwijderen. De meeste moderatoren hebben immers weinig kennis van zaken over de wetgeving en zijn zich niet bewust van het feit dat het Meldpunt Discriminatie Internet geen enkele autoriteit heeft en dat slechts de rechter - en niet het MDI - kan en mag beslissen over de strafbaarheid van een uiting. Om problemen te voorkomen halen de moderatoren een gewraakte uiting meestal maar gewoon weg waarbij ze zich niet vermoeien met de vraag of het verwijderingsverzoek van het MDI gegrond was. En juist daar gaat het bij het MDI namelijk regelmatig mis.
Projecten.
Het Meldpunt Discriminatie Internet heeft in 2009 een rapport "Rechtsextremisme op het Internet" samengesteld en gepubliceerd. 'Extreem rechts' moest opnieuw op de kaart gezet worden want de bruinhemden waren volgens het MDI 'springlevend'. Deze marginale groep, die alleen maar in het nieuws kwam als een demonstratietje van ze gewelddadig verstoord werd door extreem links, mocht namelijk niet uit het collectieve geheugen van het publiek verdwijnen. Hoe kunnen de politieke tegenstanders van het MDI immers in de extreemrechtse hoek geduwd worden als niemand meer weet of extreemrechts nog wel bestaat?
Sinds kort houdt het MDI zich ook bezig met het indoctrineren van de jeugd. De website RU4REAL? is geheel op jongeren gericht. Niet alleen moet het de jongelui blijkbaar bijgebracht worden dat niet alle uitingen zo maar wenselijk zijn op het internet, het wordt ze ook geleerd dat ze ongewenste uitingen vooral moeten gaan melden bij het MDI. Zo wordt een hele generatie die tot dusver vrij laconiek met vermeend kwetsende uitingen omging gedrild tot een contingent verklikkers en benauwde zelfcensoren.
Mohammed Bouyeri gaf met de moord op Theo van Gogh het eerste zetje richting zelfcensuur. Het Openbaar Ministerie gaf (in samenwerking met het MDI) met de brute arrestatie van Gregorius Nekschot de tweede duw en het MDI maakt het nu af met het planten van angst en wantrouwen in de kinderhersentjes. Ostalgie (het terugverlangen naar de DDR-dictatuur) blijkt een succesvol exportproduct te zijn.
Blog.
Dit blog tracht informatie te verstrekken over de werkwijze, de politieke motieven en de resultaten van het Meldpunt Discriminatie Internet door middel van het uitgebreid bespreken van vrijwel alle casus van de afgelopen paar jaren en met een uitgebreide bespreking van de informatie die het MDI zelf naar buiten brengt via de website, het Jaarverslag en het onlangs verschenen rapport Rechtsextremisme op het internet.
Er komt een ontluisterend beeld van incompetentie, ideologisch geïnspireerde willekeur en intimidatie als werkmethode naar voren. En - recentelijk ook - indoctrinatie van de jeugd.
Indeling van het blog.
Het bovenste artikel van dit blog is altijd deze inleiding.
Het volgende artikel is het meest recente artikel (het nieuws)
Daaronder staat - vast - het artikel Tips voor Moderatoren en Websitebeheerders.
Vervolgens komen de artikelen die ieder een casus behandelen, de besprekingen en enkele satirische columns. Te lezen van boven naar beneden.
Het MDI-watch team.
Posts tonen met het label Stichting Magenta. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Stichting Magenta. Alle posts tonen
dinsdag 20 oktober 2009
maandag 19 oktober 2009
zondag 18 oktober 2009
Mail van het MDI. Wat nu?
Tips voor moderatoren/websitebeheerders om met een klacht van het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) om te gaan.
Het behandelen van een klacht van het Meldpunt Discrinatie Internet - veelal een verzoek tot verwijdering van een uiting - wil nog wel eens een tijdrovend klusje worden. Verreweg de gemakkelijkste manier om met zo'n klacht om te gaan is het onmiddellijk verwijderen van de uiting. De uiting is dan weg, het MDI is blij en de klager heeft het idee dat de klacht terecht was. Bedenk dan echter wel dat, als u moderator van een forum bent, er vrijwel altijd op uw forum een discussie zal losbarsten over de verwijdering. Het is niet ondenkbaar dat zo'n debat nog meer energie gaat kosten dan een discussie met het MDI.
U bent de moderator. U bent de baas over het forum, dus de beslissing om al of niet te verwijderen ligt bij u.
Mocht u besluiten het verwijderingsverzoek van het MDI aan te vechten dan zijn de hierna volgende punten wellicht van nut.
Bitterlemon had een artikel dat een Belgische professor in een magazine had gepubliceerd, op de website gezet (met toestemming van de auteur).
Het MDI dacht dat artilel 137c van het Wetboek van Strafrecht van toepassing was. Dat was onjuist: artikel 137e (het openbaar maken van beledigende uitingen) is van toepassing.
[2] Dat trof onder meer een drietal forumposters op DutchFaithFreedom.org.
We kunnen volstaan met de tekst van de laatste mail van FaithFreedom naar het MDI:
[3] Een regelmatig gehanteerde tactiek die meestal onbewust toegepast wordt: de meeste columnisten schrijven graag en veel en graag veel.
[4] Michiel Mans (op Lucaswashier.nl) en Nico Dijkshoorn (op Nu.nl) schreven satirische columns die door boze internetgebruikers én door het MDI serieus genomen werden.
[5] De bekendste kwelgeest van het MDI is zonder twijfel GeenStijl. Hoewel GeenStijl de laatste jaren streng modereert en het aantal dreigmails dat ze van het MDI ontvangen vrijwel tot nul is gereduceerd blijft het Meldpunt Discriminatie Internet regelmatig een dankbaar onderwerp voor een honende column op geen GeenStijl.
[6] Aan de schermutseling voor de rechtbank tussen het CIDI en de AEL over de AEL-cartoons kwam het MDI zelfs helemaal niet te pas. Het CIDI was zich blijkbaar terdege bewust van de nutteloosheid (en de kans op ongelukken ten gevolge van incompetentie) van het inschakelen van het MDI.
[7] Eerlijk is eerlijk: dit blog was niet ontstaan en had zeker niet deze omvang kunnen krijgen zonder de openheid en de publicatiebereidheid van de diverse columnisten en websitebeheerders.
[8] Meestal verwijst het MDI bij een verwijderingsverzoek naar een wetsartikel. De toepasselijke artikelen (de artikelen 137c, d, e, f en g van het Wetboek van Strafrecht) zijn hier te vinden.
[9] Het Meldpunt Discriminatie Internet is een slecht verliezer en gaat (in samenwerking met het Openbaar Ministerie) regelmatig in hoger beroep. Vanzelfsprekend op kosten van de belastingbetaler. Zogenaamd doet het MDI dit om uit te vinden hoe de jurisprudentie precies zit. Maar uit niets blijkt dat het MDI ook maar enige lering trekt uit de verloren rechtszaken: het MDI gaat immers onverminderd voort met het sturen van onterechte en soms zelfs volstrekt idiote verwijderingsverzoeken.
Het behandelen van een klacht van het Meldpunt Discrinatie Internet - veelal een verzoek tot verwijdering van een uiting - wil nog wel eens een tijdrovend klusje worden. Verreweg de gemakkelijkste manier om met zo'n klacht om te gaan is het onmiddellijk verwijderen van de uiting. De uiting is dan weg, het MDI is blij en de klager heeft het idee dat de klacht terecht was. Bedenk dan echter wel dat, als u moderator van een forum bent, er vrijwel altijd op uw forum een discussie zal losbarsten over de verwijdering. Het is niet ondenkbaar dat zo'n debat nog meer energie gaat kosten dan een discussie met het MDI.
U bent de moderator. U bent de baas over het forum, dus de beslissing om al of niet te verwijderen ligt bij u.
Mocht u besluiten het verwijderingsverzoek van het MDI aan te vechten dan zijn de hierna volgende punten wellicht van nut.
- Vraag het MDI altijd om een uitgebreide toelichting. Als het MDI reeds in de eerste e-mail het verwijderingsverzoek heeft gemotiveerd, bedenk dan:
- ...dat het MDI notoir incompetent is. Het komt voor dat het MDI het verkeerde wetsartikel gebruikt bij een verwijderingverzoek. In dat geval kunt u volstaan met een antwoord als: "Het door u genoemde artikel x van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de gewraakte uiting. Daarom zullen wij de uiting niet verwijderen" [1]
- ...dat het MDI niet uitblinkt in begrijpend lezen. Regelmatig leest het MDI iets anders in een uiting dan er feitelijk staat. In dat geval kunt u volstaan met een antwoord als: "Uw interpretatie van de gewraakte uiting is onjuist. Met deze uiting wordt niet bedoeld dat..., maar dat... Daarom zullen wij de uiting niet verwijderen". [2]
- ...dat het MDI niet uitblinkt in begrijpend lezen. Mocht u besluiten een inhoudelijke discussie met het MDI aan te gaan over een gewraakte uiting, gebruik dan zoveel mogelijk woorden. In veel gevallen haakt het MDI dan af en verneemt u niets meer van het MDI. [3]
- ...dat het MDI een laag ontwikkeld gevoel voor humor heeft. Het komt regelmatig voor dat het MDI satire, cynische opmerkingen of grappig bedoelde omkeringen niet onderkent. [4] Maak daar gebruik van (ten goede) en leg uit dat er juist het tegenovergestelde wordt bedoeld van wat er wordt geschreven. Of maak er ten kwade gebruik van en probeer een draai te geven aan de betekenis van een gewraakte uiting. Dit laatste is valsspelen. Dat doet het MDI ook maar dat is geen excuus. Bovendien speelt het MDI niet vals uit kwade wil maar uit domheid.
- Publiceer zo veel mogelijk en zo uitgebreid mogelijk over uw e-mailuitwisseling met het MDI op uw forum of website. Openheid komt uw zaak allen maar ten goede. [5]
- Val het Meldpunt Discriminatie Internet nooit aan op het punt van autoriteit. Inderdaad kan niet het MDI maar alleen de rechter een uitspraak doen over de strafbaarheid van een uiting. Maar dat weet het MDI zelf ook wel. Het is nutteloos om het MDI daar op te wijzen. Houd het bij de inhoud en verlies geen tijd aan de vorm. [6]
- Betreft het verwijderingverzoek van het MDI een door u geschreven tekst op een door u beheerde website of blog dan bent u volledig autonoom en is het onmiddellijk verwijderen van de uiting zonder twijfel de gemakkelijkste weg.
- Maar, mocht u een discussie aangaan met het MDI, vergeet niet erover te publiceren. U heeft nu immers stof voor een nieuwe column. [7]
- Met uw vragen kunt u terecht op dit blog. MDI-watch zijn geen juristen, maar kunnen (daarom) gratis adviseren. [8]
- Tenslotte: probeer een goede inschatting te maken wat voor impact een confontratie met het MDI op uw persoonlijke omstandigheden kan hebben. Het is juist dat het MDI lang niet van alle uitingen aangifte doet bij de politie. Het is ook juist dat veel van die aangiftes niet in behandeling worden genomen: veel wordt geseponeerd. Het is tevens juist dat het MDI maar zelden gelijk krijgt bij de rechter. Maar de kans is dus wel aanwezig dat u zich voor de rechter moet verantwoorden en dat u er een strafblad aan over houdt. De vraag of u dat er voor over heeft kunt u alleen zelf beantwoorden. Inderdaad: de intimidatie-tactiek van het Meldpunt Discriminatie Internet werkt. [9]
Bitterlemon had een artikel dat een Belgische professor in een magazine had gepubliceerd, op de website gezet (met toestemming van de auteur).
Het MDI dacht dat artilel 137c van het Wetboek van Strafrecht van toepassing was. Dat was onjuist: artikel 137e (het openbaar maken van beledigende uitingen) is van toepassing.
[2] Dat trof onder meer een drietal forumposters op DutchFaithFreedom.org.
We kunnen volstaan met de tekst van de laatste mail van FaithFreedom naar het MDI:
Tot onze teleurstelling hebben wij van u nog geen reactie ontvangen op onze e-mail van 19-2-2009.Vanzelfsprekend kwam er ook op die e-mail geen antwoord van het MDI.
Wij hadden toch graag van u vernomen wat u op te merken heeft over de reacties van onze forumleden.
Onze forumleden hebben ons inziens duidelijk aangetoond:
- Dat u het geschrevene onjuist interpreteert, uw fantasie de vrije loop laat en vervolgens uw eigen associaties als ‘aanzetten tot haat’ bestempelt (uiting 1 en 3 van forumlid ‘naar boven’).
- Dat u de geschiedenis van de islam tracht te herschrijven en gedreven door plaatsvervangende schaamte een uiting als beledigend voor een groep – en dus strafbaar – aanmerkt terwijl u faalt te onderkennen dat de vermeend beledigde groep zich geenszins beledigd zal voelen door de uiting (uiting 2 van forumlid ‘BFA’).
- Dat de aanwezigheid van de woorden ‘moslim’, ‘nazi’ en ‘”gedeporteerd”’ in een uiting voor u reden is om een uiting als strafbaar aan te merken, waarbij u geheel aan de context voorbij gaat en dat u bovendien een vermeende vergelijking (van moslims met nazi’s) als een belediging ziet en een identieke, eveneens vermeende, vergelijking (van katholieken met nazi’s) niet beledigend acht (uiting 4 van ‘Circe’).
Wij hebben het voornemen de gewraakte uitingen drie dagen na het verzenden van deze e-mail terug te zetten, voorzien van uw beschuldigen en het weerwoord van onze forumleden.
Ook zijn wij van plan een topic te wijden aan onze ervaringen met uw ons inziens importune handelswijze.
Nog steeds bereid tot een dialoog en met vriendelijke groeten verblijven wij, moderator FFI.
[3] Een regelmatig gehanteerde tactiek die meestal onbewust toegepast wordt: de meeste columnisten schrijven graag en veel en graag veel.
[4] Michiel Mans (op Lucaswashier.nl) en Nico Dijkshoorn (op Nu.nl) schreven satirische columns die door boze internetgebruikers én door het MDI serieus genomen werden.
[5] De bekendste kwelgeest van het MDI is zonder twijfel GeenStijl. Hoewel GeenStijl de laatste jaren streng modereert en het aantal dreigmails dat ze van het MDI ontvangen vrijwel tot nul is gereduceerd blijft het Meldpunt Discriminatie Internet regelmatig een dankbaar onderwerp voor een honende column op geen GeenStijl.
[6] Aan de schermutseling voor de rechtbank tussen het CIDI en de AEL over de AEL-cartoons kwam het MDI zelfs helemaal niet te pas. Het CIDI was zich blijkbaar terdege bewust van de nutteloosheid (en de kans op ongelukken ten gevolge van incompetentie) van het inschakelen van het MDI.
[7] Eerlijk is eerlijk: dit blog was niet ontstaan en had zeker niet deze omvang kunnen krijgen zonder de openheid en de publicatiebereidheid van de diverse columnisten en websitebeheerders.
[8] Meestal verwijst het MDI bij een verwijderingsverzoek naar een wetsartikel. De toepasselijke artikelen (de artikelen 137c, d, e, f en g van het Wetboek van Strafrecht) zijn hier te vinden.
[9] Het Meldpunt Discriminatie Internet is een slecht verliezer en gaat (in samenwerking met het Openbaar Ministerie) regelmatig in hoger beroep. Vanzelfsprekend op kosten van de belastingbetaler. Zogenaamd doet het MDI dit om uit te vinden hoe de jurisprudentie precies zit. Maar uit niets blijkt dat het MDI ook maar enige lering trekt uit de verloren rechtszaken: het MDI gaat immers onverminderd voort met het sturen van onterechte en soms zelfs volstrekt idiote verwijderingsverzoeken.
maandag 12 oktober 2009
The scorpio and the frog.
The scorpio wanted to cross a river, but he couldn't swim. After talking to many different swimming animals, who stubbornly refused to carry him, the scorpio finally managed to talk a frog into helping him:
- Would you carry me to the other side of the river? - says the scorpio.
- No way! - answers the frog - I would never carry a scorpio in my back, you will end up stinging me and poisoning me, and I will die!
- Do you think I am stupid? - says the scorpio - I cannot swim! If you die, I die! I would never to such a thing!
The frog lets himself be convinced by the flowery language of the scorpio and agrees to carry him to the other side of the river. In the middle of the way, the scorpio stings the frog, who gets paralyzed by the poison and cannot swim. The frog asks the scorpio, puzzled:
- Why did you do that? Now, we both die!
To which the scorpio answers:
Because I am a scorpio, and this is what scorpios do.
Auteur onbekend.
- Would you carry me to the other side of the river? - says the scorpio.
- No way! - answers the frog - I would never carry a scorpio in my back, you will end up stinging me and poisoning me, and I will die!
- Do you think I am stupid? - says the scorpio - I cannot swim! If you die, I die! I would never to such a thing!
The frog lets himself be convinced by the flowery language of the scorpio and agrees to carry him to the other side of the river. In the middle of the way, the scorpio stings the frog, who gets paralyzed by the poison and cannot swim. The frog asks the scorpio, puzzled:
- Why did you do that? Now, we both die!
To which the scorpio answers:
Because I am a scorpio, and this is what scorpios do.
Auteur onbekend.
Enkele symbolen en hun betekenis.
1. De gevulde cirkel.
De gevulde cirkel staat symbool voor de nieuwe maan (eerste kwartier).
En de nieuwe maan staat symbool voor begin, geboorte, enthousiasme en optimisme.
This structure, the filled circle, the disc or globe, seems to be older than the open circle. It is, perhaps, the most common of the non-pictorial signs chiselled or hollowed out in Nordic rock carvings. Although the filled circle is not found among the Egyptian hieroglyphs, it is used in Japanese Buddhist symbolism, and in India (for example, on the brows of women to indicate that they are married, or possibly not widowed).
[b]In astronomy and calendars the filled circle is used to denote the new moon, i.e. the conjunction of the sun and the moon that takes place once every 28 days.[/b] In some meteorological systems it stands for cloudy weather or overcast sky. As a cartographic sign it may indicate communities, towns or centers of communication. In early chemistry it was used for coal. On video appliances it denotes the recording control, as does the filled circle.
De islam heeft echter een ander symbool voor de nieuwe maan:
MAANFASEN
De Maan draait net als de Aarde om haar as - alleen heel langzaam. Ze maakt een complete draai in dezelfde tijd (27 dagen) die ze er over doet om rond de Aarde te draaien en toont ons daarom steeds hetzelfde gezicht. De achterkant van de Maan kennen we alleen van de foto's die door ruimteverkenners genomen zijn.
Bij nieuwe Maan loopt ze tussen de Aarde en de Zon door. Ze staat dan vlak bij de Zon zodat we haar niet kunnen zien. Ongeveer drie dagen na dit moment komt het sikkeltje van de nieuwe Maan tevoorschijn in de avondschemering. Volgens het Islamitische geloof is het dan pas echt nieuwe Maan.
Vervolgens wast of groeit de Maan elke dag een stukje aan om via 1e kwartier (1e kwart van haar baan of halve Maan) na 14 dagen vol te worden en daarna af te nemen tot de volgende nieuwe Maan.
2. De maansikkel.
Het maansikkeltje is natuurlijk bij uitstek het symbool van de islam.
Je vindt de maansikkel op minaretten, moskeeën en op de vlag van meerdere islamitische landen.
Onder andere op de vlaggen van Maleisië, Pakistan en Turkije.
3. De gelijkzijdige driehoek.
Met een punt recht naar boven en een zijde als basis zou dit het symbool voor het mannelijke zijn en met de punt naar beneden symboliseert dit teken het vrouwelijke.
Deze gelijkzijdige driehoek staat echter op zijn kant en dan is het een pijl. Dit is een pijl die naar achteren, terug, wijst. Het is een ‘achteruit’-pijl.
4. De schorpioen.
Dit is het symbool van de schorpioen (daar is hij weer) in de astrologie.
De schorpioen schijnt niet zo’n prettig karakter te hebben.
Wikipedia over de schorpioen
Astrologen schrijven doorgaans de volgende kenmerken toe aan mensen met Schorpioen als sterrenbeeld:
* Intens
* Sterk
* Vastberaden/ hardnekkig / volhardend
* Emotioneel / gevoelig
* Kalm, maar kan erg kwaad worden
* Teruggetrokken
* Geheimzinnig
* Diepgaand
* Passioneel / seksueel
* Loyaal
* Ambitieus
* Extreem
* Eigenzinnig / fanatiek
* Mysterieus
* Diep haatdragend / mogelijk vernielzuchtig
Kortom: eentje waar je voor op moet passen.
Vier symbolen. Respectievelijk voor:
Geboorte, enthousiasme en optimisme (de nieuwe maan).
Islam (de maansikkel).
Achteruit-pijl (de naar links wijzende staande driehoek).
Vastberadenheid, introvertie en haat (schorpioen).
Hier zijn ze nog een keer:
Tja…
Wat moeten we hier van denken, van deze vier symbolen?
De nieuwe maan is een symbool met een uitgesproken positieve connotatie.
Maar niet als je er een achteruit-pijl opplakt.
Want wat krijgen we als we de vier symbooltekens bij elkaar voegen en er een kadertje omheen zetten?
Een logo.
En van wie is dit logo? Dat ziet u hier.
Alleen al op grond van het voeren van dit logo zou deze club verboden moeten worden.
Naschrift: wij hechten geen enkele waarde of waarheid aan astrologie, maar wij zijn wél van mening dat een instantie die kiest voor een astrologisch symbool in zijn logo (zoals in dit geval de schorpioen) zich bewust is van de betekenis van het symbool en er ook bewust voor gekozen heeft: zich dus met de eigenschappen van het sterrenbeeld identificeert.
Meldpunt Discriminatie Internet - bevoegdheden
Het MDI heeft geen enkele bevoegdheid: die ligt (gelukkig) bij de rechterlijke macht.
Het MDI kan net als iedereen aangifte doen: vervolgens moet het Openbaar Ministerie beslissen of ze iets met die aangifte doen of niet.
Uit het Jaarverslag 2007 van het MDI:
Uit hetzelfde verslag:
Maar welke subsidie-afhankelijke organisatie maakt er nu een kosten/baten analyse...
Toch is het waarschijnlijk dat het MDI incidenteel succes boekt door middel van intimidatie: veel webmasters of forummoderatoren zullen kiezen voor de gemakkelijke weg en gewraakte uitingen gewoon verwijderen.
Het MDI kan net als iedereen aangifte doen: vervolgens moet het Openbaar Ministerie beslissen of ze iets met die aangifte doen of niet.
Uit het Jaarverslag 2007 van het MDI:
2.5. Afhandeling aangiften in 2007Vooralsnog is dit bedroevende resultaat voor het MDI nog geen reden geweest om aan zelfonderzoek te doen of aan het bestaansrecht van hun club te twijfelen.
Begin 2007 waren er nog dertien aangiften in behandeling bij het OpenbaarMinisterie. De oudste aangifte komt uit 2002. In de loop van 2007 zijn zeven aangiften geseponeerd, althans is aangegeven dat niet wordt overgegaan tot vervolging. Tot dusver is (nog) niet van alle sepots, of voorgenomen sepots, een sepotbrief ontvangen. Van de zeven geseponeerde aangiften zijn vier geseponeerd wegens ouderdom. Eén aangifte is geseponeerd omdat bij de opsporing geen aanknopingspunten zijn gevonden die tot vervolging konden leiden en omdat de website inmiddels al geruime tijd offline is. Eén aangifte is geseponeerd, omdat de verdachte volledig ontoerekenbaar werd geacht en één aangifte werd om een andere reden geseponeerd. Geen enkele aangifte van het MDI is in 2007 door het OM voor de rechter gebracht.
Uit hetzelfde verslag:
Het MDI is teleurgesteld in de afhandeling van de aangiften en de strafrechtelijke en algemene aanpak van discriminatie op het internet in 2007. Al sinds haar oprichting in 1997 constateert het MDI dat de strafrechtelijke aanpak van discriminatie op het internet tekort schiet. In sommige jaren lijkt enige verbetering op te treden, maar 2007 was een dieptepunt. Hier zijn meerdere oorzaken voor. Ondanks dat de aanpak van discriminatie politieke prioriteit heeft.Dat het wel eens aan het MDI zelf zou kunnen liggen dat de aangiften niet serieus genomen worden door het O.M. komt niet bij ze op.
Maar welke subsidie-afhankelijke organisatie maakt er nu een kosten/baten analyse...
Toch is het waarschijnlijk dat het MDI incidenteel succes boekt door middel van intimidatie: veel webmasters of forummoderatoren zullen kiezen voor de gemakkelijke weg en gewraakte uitingen gewoon verwijderen.
Stichting Magenta
Het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) is een onderdeel van Stichting Magenta.
De Stichting Magenta voert op haar website het motto "bites the hands that feed discrimination".
Bovendien meldt de Stichting Magenta op haar website dat ze het één en ander zijn of niet zijn:
Niet-gewelddadige handenbijtertjes? Zijn die er ook?
- pro-democracy?
Moeilijk voor te stellen als één van de onderdelen zich gespecialiseerd heeft in intimidatie en het bestrijden van de vrije meningsuiting...
- non-partisan: dat betekent zoiets als onpartijdig, niet vooringenomen.
Verder op dit blog zal aangetoond worden dat in ieder geval het MDI er niet in slaagt zich onpartijdig op te stellen.
- non-ideological?
Zelf zeggen ze: "We do not do ideology; we do not think certain political systems create a world without racism. Everybody has a personal responsibility to make this a better world, period."
Maar 'everybodies' die hun persoonlijke verantwoordelijkheid nemen worden door het Magenta-onderdeel MDI tegengewerkt.
De Stichting Magenta voert op haar website het motto "bites the hands that feed discrimination".
Bovendien meldt de Stichting Magenta op haar website dat ze het één en ander zijn of niet zijn:
Welcome to Magenta's 24/7 not-for-profit anti-racism & Human Rights store. Do come in! We're non-violent, pro-democracy, non-partisan & non-ideological, but we have lots of attitude!- non-violent?
Niet-gewelddadige handenbijtertjes? Zijn die er ook?
- pro-democracy?
Moeilijk voor te stellen als één van de onderdelen zich gespecialiseerd heeft in intimidatie en het bestrijden van de vrije meningsuiting...
- non-partisan: dat betekent zoiets als onpartijdig, niet vooringenomen.
Verder op dit blog zal aangetoond worden dat in ieder geval het MDI er niet in slaagt zich onpartijdig op te stellen.
- non-ideological?
Zelf zeggen ze: "We do not do ideology; we do not think certain political systems create a world without racism. Everybody has a personal responsibility to make this a better world, period."
Maar 'everybodies' die hun persoonlijke verantwoordelijkheid nemen worden door het Magenta-onderdeel MDI tegengewerkt.
Het MDI vs GeenStijl
Vanzelfsprekend kruisen de wegen van een populair 'shocklog' en een dolende internetwachthond elkaar zo af en toe.
Hier, van boven naar beneden in chronologische volgorde (oudste eerst) de 'stijlloze' berichten over het MDI.
Het leest als een vermakelijke reeks dieptepunten van zowel het MDI (die in GeenStijl hun belangrijkste bestaansrecht menen te zien) als van GeenStijl (die hun verlangen naar een serieus rechtsgeding maar niet bevredigd krijgen).
2004:
Meldpunt Discriminatie notoire wetsovertreder
Bureau Rassendiscriminatie: MDI schuldig aan racisme
Gewonnen! MDI-directeur stapt op
2005:
Jaarverslag MDI (2004)
MDI weer in de bocht
GeenStijl belasterd door MDI
Eindelijk een echt meldpunt!
2006:
MDI richt pijlen op Geert
Hallo 1 miljoen kaalkopjes
2007:
MDI doet aangifte tegen Wilders
GeenStijl "Een Groot Probleem"
2008:
GeenStijl versus Justitie: een lachertje...
MDI: Iran Bombarderen mag niet
MDI geeft alsnog toestemming Iran te nuken
Wordt vervolgd...
BRON : GeenStijl
Hier, van boven naar beneden in chronologische volgorde (oudste eerst) de 'stijlloze' berichten over het MDI.
Het leest als een vermakelijke reeks dieptepunten van zowel het MDI (die in GeenStijl hun belangrijkste bestaansrecht menen te zien) als van GeenStijl (die hun verlangen naar een serieus rechtsgeding maar niet bevredigd krijgen).
2004:
Meldpunt Discriminatie notoire wetsovertreder
Bureau Rassendiscriminatie: MDI schuldig aan racisme
Gewonnen! MDI-directeur stapt op
2005:
Jaarverslag MDI (2004)
MDI weer in de bocht
GeenStijl belasterd door MDI
Eindelijk een echt meldpunt!
2006:
MDI richt pijlen op Geert
Hallo 1 miljoen kaalkopjes
2007:
MDI doet aangifte tegen Wilders
GeenStijl "Een Groot Probleem"
2008:
GeenStijl versus Justitie: een lachertje...
MDI: Iran Bombarderen mag niet
MDI geeft alsnog toestemming Iran te nuken
Wordt vervolgd...
BRON : GeenStijl
Gregorius Nekschot en het MDI
Water en vuur, natuurlijk, de 'Misselijke Grappen'-maker en de verdedigers van het humorloze woord en beeld.
("Allah did not create man so that he could have fun. The aim of creation was for mankind to be put to the test through hardship and prayer. An Islamic regime must be serious in every field. There are no jokes in Islam. There is no humor in Islam. There is no fun in Islam. There can be no fun and joy in whatever is serious." -- Ayatollah Khomeini).
Op de website van de cartoonist Gregorius Nekschot werd het MDI dan ook regelmatig besproken.
De artikelen zijn inmiddels van de website van Gregorius Nekschot verdwenen.
Er resteert nog een cartoon en één artikel:
Meldpunt Discriminatie Internet verenigt zich met fundamentalisten (23-05-08)

Eik der Karpaten Niels van Tamelen (18-06-08)
("Allah did not create man so that he could have fun. The aim of creation was for mankind to be put to the test through hardship and prayer. An Islamic regime must be serious in every field. There are no jokes in Islam. There is no humor in Islam. There is no fun in Islam. There can be no fun and joy in whatever is serious." -- Ayatollah Khomeini).
Op de website van de cartoonist Gregorius Nekschot werd het MDI dan ook regelmatig besproken.
De artikelen zijn inmiddels van de website van Gregorius Nekschot verdwenen.
Er resteert nog een cartoon en één artikel:
Meldpunt Discriminatie Internet verenigt zich met fundamentalisten (23-05-08)

Eik der Karpaten Niels van Tamelen (18-06-08)
Eik der Karpaten & Grote Roerganger Niels van Tamelen van het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) - in de volksmond Internetgestapo - deed vandaag interessante uitspraken in dagblad De Pers.BRON
‘Normaal als we aangifte doen, zijn we overtuigd van de strafbaarheid van de uitingen. In het geval van Nekschot waren we dat niet. De tekeningen zouden strafbaar kunnen zijn, maar er zijn ook tegenargumenten.
Dan ligt het voor de hand om de kwestie voor te leggen aan de rechter. Daarmee doe je recht aan alle mensen die hebben geklaagd (voornamelijk handlangers van de godsdienstwaanzinnige jongerenimam Abdul Jabbar van de Ven, het is maar dat u het weet GN) over die cartoons.
We hebben een wetsartikel dat discriminatie verbiedt. Dan is het goed dat het Openbaar Ministerie (OM) zo’n zaak onderzoekt. Ook voor cartoonisten. Die weten dan waar ze aan toe zijn.’
Alstublieft, leg uw grappen en grollen - zekerheidshalve - eerst voor aan Zon der Natie & Geniale Ingenieur van de Ziel Niels van Tamelen. Immers: voor je het weet, stuurt hij - in het geheim, dat spreekt! - namens dolgeworden imams de politie op je af.
Het MDI bestrijdt racisme, fascisme en discriminatie maar - let op, nou komt-ie - het socialisme/communisme dat vele tientallen miljoenen volkomen onschuldige stumpers het leven kostte, is volgens Man van Staal & Onvermoeibaar Bevruchter van Komsomol-meisjes Niels van Tamelen helemaal o.k.
Niemand weet precies waarom, maar om de een of andere reden heeft onze Niels enorm veel sympathie voor de islam. Wellicht heeft het er mee te maken dat, noch het socialisme/communisme, noch de islam, veel ruimte biedt aan zelfstandig denkende individuen.
Gregorius Nekschot
Cartoonist
De Scalpen Aan De Gordel Van Het MDI, Deel 1: rechtser.com
Incidenteel weet het MDI een visje te verschalken. En hoe klein ook, iedere vis is er één.
Beheerder rechtser.com veroordeeld
Afgelopen vrijdag heeft de politierechter in Zutphen de beheerder van de rechts-nationalistische website ‘rechtser.com’ veroordeeld wegens het openbaarmaken van beledigende uitingen.
De man plaatste tussen 2004 en 2007 geregeld artikelen op zijn website waar bezoekers op konden reageren. Bezoekers riepen onder meer op om de “moslimparasieten in de gaskamers te stoppen”. De beheerder van de website, een 42-jarige man uit Epe, liet dergelijke berichten op de website staan. Daarnaast deed hij zelf onder meer uitspraken waarin hij moslims “kotslims” noemde. Het Meldpunt Discriminatie Internet heeft van deze uitingen aangifte gedaan.
De rechter was het oneens met het verweer dat de uitspraken onder de vrijheid van meningsuiting vielen. Ook de vrijheid van meningsuiting kent namelijk grenzen. Verder stelde de beheerder te zijn gehackt. Daardoor zouden onder meer de beledigende uitspraken op zijn naam op de site zijn verschenen. Omdat hij echter bij de politie wat anders had verklaard, ging de rechter daar niet in mee en veroordeelde de man tot een boete van 750 euro waarvan 250 voorwaardelijk. Zijn laptop werd verbeurd verklaard.
Het MDI is tevreden met deze uitspraak. De uitspraak laat duidelijk zien dat een beheerder verantwoordelijk is voor de inhoud van zijn website. Als die verantwoordelijkheid niet of onvoldoende wordt genomen, dan kan een beheerder daarvoor ook door een strafrechter aansprakelijk worden gesteld.
Bespreking rapport: Rechtsextremisme Op Het Internet. Deel 1.
Het MDI heeft een trend bedacht en gaat deze dus onderzoeken.
http://www.magenta.nl/misc/mdi-extreemrechtsonderzoek.pdf (pdf alert)
en omdat de resultaten van een dergelijk onderzoek (en vooral de formulering van het een en ander) vaak een aardig inzicht geven in de beweegredenen, de insteek en het politieke agenda van zowel de onderzoeker als de opdrachtgever bespreken we dit onderzoek integraal.
Het rapport begint met een inhoudsopgave en een lijst van afkortingen.
Dan komt de...
Het MDI heeft een trend bedacht en gaat deze dus onderzoeken.
Er is dus geen reden om Hyves buiten het onderzoek te houden. Behalve als Hyves geen themagroepen met een extreemrechts karakter kent. Als uit onderzoek blijkt dat extreemrechts zich niet op Hyves begeeft of daar geweerd wordt, meld dat dan. Maar Hyves buiten het onderzoek houden geeft blijk van weinig kennis van de aard van het medium.
Het lijkt erop dat de stichting Magenta en het MDI 'extreemrechts' van het internet (en uit de samenleving) willen wegvagen. In Deel 6 van de bespreking van het rapport 'Rechtsextremisme Op Het Internet' zal blijken dat zulks niet het geval is.
Lees verder: deel 2.
Deze publicatie betreft een onderzoek naar extreemrechtse websites op het Nederlandse deel van het Internet. Het onderzoek is uitgevoerd door Stichting Magenta, Meldpunt Discriminatie Internet en is mede mogelijk gemaakt door het Ministerie van Justitie en het Ministerie van VROM/WWIJ. Van der Krogt heeft onderzoek gedaan naar rechtsextremisme op het internet
http://www.magenta.nl/misc/mdi-extreemrechtsonderzoek.pdf (pdf alert)
en omdat de resultaten van een dergelijk onderzoek (en vooral de formulering van het een en ander) vaak een aardig inzicht geven in de beweegredenen, de insteek en het politieke agenda van zowel de onderzoeker als de opdrachtgever bespreken we dit onderzoek integraal.
Het rapport begint met een inhoudsopgave en een lijst van afkortingen.
Dan komt de...
InleidingDie eerste trend (een snelle toename van het aantal meldingen van discriminatie op interactief internet) is er niet. Althans de gegevens in het Jaarverslag 2008 van het Meldpunt Discriminatie Internet laten niet één significante trend zien. In datzelfde jaarverslag werd melding gemaakt van de tweede trend (meer strafbare uitingen op extreemrechtse websites). Echter zonder onderbouwing in cijfers. Ook de bovenstaande formulering in dit onderzoek (een onverminderd hoog aantal strafbare uitingen op extreemrechtse websites) geeft geen aanleiding om van een trend te spreken: 'onverminderd hoog' is geen trend. Behalve als het totale aantal meldingen zou dalen. Ook daarvan is geen sprake.
Sinds de tweede helft van de jaren negentig ontwikkelt het internet zich in een rap tempo. Voor een ieder die dat wil is het mogelijk om aangesloten te worden op het world wide web. De snelle technische ontwikkelingen zijn sinds de oprichting in 1997 ook van invloed (geweest) op de werkzaamheden van het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI). In de beginjaren ontving het MDI slechts enkele meldingen, de afgelopen jaren lag dat aantal ver boven de duizend. Uit deze meldingen is over de jaren heen een aantal trends waarneembaar. Eén daarvan is een snelle toename van het aantal meldingen van discriminatie op interactief internet, zoals discussiefora en interactieve weblogs. Een tweede trend is een onverminderd hoog aantal strafbare uitingen op extreemrechtse websites. Deze bevinding wordt ondersteund door een recent rapport van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie van de Raad van Europa (ECRI), waaruit blijkt dat in Nederland de voornaamste groei van rechtsextremisme, met name onder jongeren, plaatsvindt in apolitieke bewegingen die informeel, hoofdzakelijk via digitale communicatie-middelen, zijn georganiseerd.
Het MDI heeft een trend bedacht en gaat deze dus onderzoeken.
Deze gegevens hebben het MDI ertoe bewogen onderzoek te doen naar de omvang en de aard van extreemrechts op het Nederlandse deel van het internet, met als focus de discriminerende uitingen op deze websites. Met omvang wordt het aantal extreemrechtse websites bedoeld. De aard verwijst naar de inhoud van deze websites. De inhoud bestaat enerzijds uit karakteristieke ideologische kenmerken en anderzijds uit internet (technische) aspecten. De vaststelling van de ideologische kenmerken was noodzakelijk om te bepalen welke websites als extreemrechts kunnen worden aangemerkt en ook om het aantal te meten. In hoofdstuk 1 ‘Werkwijze: definiëring van ‘extreemrechts’ en selectie van websites’ wordt uitgelegd welke kenmerken zijn onderscheiden en hoe het selectieproces is verlopen. De vraag die centraal staat is: “Wat moet onder extreemrechts worden verstaan?” Gaat het om alleen om neo-nazistische retoriek en symbolen, haat tegen joden en zigeuners? Hoe zit het met haat tegen buitenlanders in het algemeen? En, tellen uitingen zoals een beroep doen op sterk nationalistische sentimenten en het behoud van de Nederlandse cultuur ook mee? Er zijn alleen websites onderzocht die in hun aard kenmerken hebben van extreemrechts.Op websites van algemene aard, zoals hyves.nl of youtube.com, zijn ook veel extreemrechtse uitingen te vinden. Dergelijke websites zijn in dit onderzoek echter buiten beschouwing gelaten, omdat deze op zich geen extreemrechts karakter hebben.Dat een een site met een gevarieerd aanbod als YouTube niet onderzocht wordt is begrijpelijk. Ook Hyves is zeer divers. Maar Hyves is gestructureerd volgens groepen. En elke groep heeft z'n thema. Mogelijk zijn er extreemrechtse themagroepen op Hyves. Maar de tegenpartij is in ieder geval wél op Hyves aanwezig: http://gegennazis.hyves.nl/
Er is dus geen reden om Hyves buiten het onderzoek te houden. Behalve als Hyves geen themagroepen met een extreemrechts karakter kent. Als uit onderzoek blijkt dat extreemrechts zich niet op Hyves begeeft of daar geweerd wordt, meld dat dan. Maar Hyves buiten het onderzoek houden geeft blijk van weinig kennis van de aard van het medium.
Voor het internet(technische) aspect van de aard van de websites zijn de aangetroffen websites per categorie onderworpen aan de volgende vragen: Hoeveel websites zijn aangetroffen? Komt er strafbaar discriminerende inhoud voor op deze sites? Hoe staan de websites geregistreerd en hoe worden zij gehost? Welke personen en organisaties gaan achter de websites schuil? En, is de site verbonden aan een offline organisatie? Deze vragen veronderstellen een zekere voorkennis, die wordt geboden in de hoofdstukken 2 en 3. Hierna wordt ingegaan wordt op de onderzoeksresultaten.Het schijnt in de ogen van de onderzoeker een vanzelfsprekendheid te zijn dat 'dit fenomeen' aangepakt dient te worden. Men zou hier een motivering verwachten van de keuze voor een integrale aanpak van 'dit fenomeen' in plaats van de keuze voor het bestrijden van 'strafbare uitingen'.
Hoofdstuk 2 geeft uitleg over de anti-discriminatiebepalingen in het Nederlandse Wetboek van Strafrecht en het functioneren van internet en websites. Vervolgens wordt dieper ingegaan op de internettechnische aspecten van, en de obstakels in, het bestrijden van discriminatie op internet. In hoofdstuk 3 wordt een tweetal belangrijke ontwikkelingen uitgelicht die nauw verwant zijn aan het internet in het algemeen en aan extreemrechts op het internet in het bijzonder; de vervlechting van het online en offline dagelijkse leven en de jongere als fanatiek gebruiker van het internet en doelgroep van extreemrechts.
De hoofdstukken 4 en 5 zijn een weergave van de onderzoeksresultaten. Achtereenvolgend worden de aard en omvang van ‘nazistische’ en ‘klassiek extreemrechtse’ websites geanalyseerd en beschreven. Per categorie wordt aangegeven hoeveel websites zijn aangetroffen, of de inhoud strafbaar is op grond van de Nederlandse antidiscriminatiebepalingen, waar de website wordt gehost, (indien mogelijk) wie achter de website schuil gaan en of er connecties zijn met offline organisaties. In hoofdstuk 6 wordt exclusief aandacht besteed aan het gebruik van fora door extreemrechts. Fora blijken niet alleen bijzonder populair onder deze groep, maar zijn tevens verantwoordelijk voor het grootste deel van het totale aantal strafbare uitingen die in dit onderzoek voorkomen.
Tot slot moet worden opgemerkt dat dit onderzoek enkel de staat beschrijft van de betreffende websites in de periode maart 2008 tot juni 2008. Inmiddels is een aantal websites die in dit onderzoek voorkomt verdwenen, veranderd of verhuisd. Andere inmiddels bij het MDI bekende en relevante websites zijn buiten beschouwing gelaten, omdat die in de onderzoeksperiode (al dan niet tijdelijk) niet online stonden. Ondanks de veranderlijke aard van het internet geeft dit onderzoek een helder overzicht van extreemrechtse websites op het Nederlandse deel van het internet en aanknopingspunten voor een mogelijke aanpak van dit fenomeen.
Het lijkt erop dat de stichting Magenta en het MDI 'extreemrechts' van het internet (en uit de samenleving) willen wegvagen. In Deel 6 van de bespreking van het rapport 'Rechtsextremisme Op Het Internet' zal blijken dat zulks niet het geval is.
Lees verder: deel 2.
Bespreking rapport: Rechtsextremisme Op Het Internet. Deel 2.
Dit onderzoek naar extreemrechts op het internet heeft het onderzoeksgebied door anderen laten afbakenen.
Om extreemrechts in kaart te kunnen brengen (en eventueel aan te kunnen pakken) moet natuurlijk wel bekend zijn wat extreemrechts nu eigenlijk precies is:
Vermoedelijk wordt er met deze kromme zin bedoeld dat extreemrechts alleen extreemrechts is als aan alle kenmerken (agressief nationalisme en/of etnocentrisme, (biologisch) racisme, antisemitisme, autoritarisme, anti-egalitaire maatschappijopvatting, nadruk op culturele homogeniteit, acceptatie van geweld als middel om sociale en politieke conflicten te beslechten, demagogie en absolutistische aanspraken op de waarheid) is voldaan. Met een dergelijk rigoreus selectiecriterium blijven er natuurlijk maar weinig websites over om op een lijst te zetten. De onderzoekers hanteren dit criterium dan ook niet.
Dus iets is extreemrechts omdat het een extreemrechts sentiment koestert? Dat is geen definitie, maar een cirkelredenering.
En "afkeer van politieke tegenstanders"? Volgens dat criterium is vrijwel het gehele Parlement extreemrechts.
Maar deze nogal dwaze criteria gaan de onderzoekers gelukkig ook niet hanteren.
Interessant.
Is een website die zich schuldig maakt aan al deze kenmerken behalve antisemitisme extreemrechts? Dat lijkt voor de hand te liggen.
Volgende vraag:
Is een website die zich schuldig maakt aan al deze kenmerken behalve haat tegen moslims en haat tegen allochtonen extreemrechts?
Nog steeds? Of zijn zes van de acht kenmerken niet genoeg? Hoeveel dan wel? Het rapport geeft hierin geen uitsluitsel.
Maar het raakt een pijnlijk punt, want de islam voldoet volledig aan de overige zes kenmerken (racisme, antisemitisme, homohaat, ultra-nationalisme, verwerpen van democratische grondbeginselen en een positieve associatie met het Derde Rijk).
Betekent dit dat we ook een groot aantal islamitische websites in de 'lijst van extreemrechtse websites' zullen gaan aantreffen?
Het formuleren van een achttal kenmerken zou in moeten houden dat alle websites die voldoen aan 3/4 van de kenmerken als extreemrechts gekenschetst kunnen worden.
Dus ook islamitische (en mogelijk ook christelijke of boeddhistische of andere websites die evenveel kenmerken vertonen) kunnen extreemrechts zijn.
Waar het om gaat is: voldoen websites aan de criteria?
En dus niet: voldoen de door het MDI geselecteerde en van rechtsextremisme verdachte websites aan de criteria?
Zijn er islamitische sites te vinden in de lijst van extreemrechtse websites? Nee natuurlijk niet. Het MDI kijkt maar één kant uit, negeert soepeltjes wat er niet in het kraam te pas komt en diskwalificeert daarmee bij voorbaat dit hele 'onderzoek'.
Als er geen reden is om islamitische websites op te nemen in de lijst van extreemrechtse websites (iets waar de onderzoekers blijkbaar van overtuigd zijn) dan is er ook geen reden om extreemrechtse websites die veel, maar niet alle, kenmerken vertonen op die lijst te zetten.
Overzicht van vrijsprekende, rechtse en extreemrechtse websites onderzoek NRC Handelsblad 25 augustus 2007
Een lijstje waar het forum DutchFaithFreedom overigens ook in voorkomt, met als kwalificatie in de kolom 'soort': "radicaal rechtse site, anti-moslim, allochtonenkritisch").
Duns Ouray schreef een column over Joep Dohmen en zijn overzicht op Het Vrije Volk:
NRC steeds verder verstrikt in web van eigen leugens
Deze passage uit de column van Duns Ouray is interessant:
Over de Antifascistische Onderzoeksgroep Kafka meldt Wikipedia:
Nu is iedereen vrij om zelf te bepalen uit welke bronnen hij wil putten, maar men zou twijfels kunnen hebben over de keus voor deze bron en in hoeverre die keuze bijdraagt aan een onbevooroordeeld onderzoek.
Ook de twee andere bronnen hebben namelijk een politieke agenda. Het NRC/Joep Dohmen probeerde in 2007 een aantal niet-linkse vrijsprekerswebsites (om maar eens een pleonasme te gebruiken) in het verdomhoekje van extreemrechts te schuiven. Het Meldpunt Discriminatie Internet werkte mee aan de voorbereiding van het komende showproces tegen Wilders en voert nog steeds een hetze tegen de man (zie het Jaarverslag 2008 van het MDI).
Dit onderzoek naar extreemrechts op het internet heeft het onderzoeksgebied door anderen laten afbakenen.
Lees verder: deel 3
Om extreemrechts in kaart te kunnen brengen (en eventueel aan te kunnen pakken) moet natuurlijk wel bekend zijn wat extreemrechts nu eigenlijk precies is:
Hoofdstuk 1."De onderdelen van de definitie zijn echter cumulatief: personen, groepen of websites vallen eenvoudig buiten de definitie vallen indien ze aan één element niet voldoen, maar verder wel alle kenmerken van extreemrechts hebben."
Werkwijze: Definiëring van ‘extreemrechts’ en selectie van de websites
Het is niet eenvoudig om extreemrechts te definiëren. Wetenschappers uit diverse disciplines hebben extreemrechts de afgelopen decennia onderzocht, maar er is geen consensus over een eenduidige definitie. Doorgaans wordt een selectie van kenmerken gebruikt die in een bepaalde combinatie extreemrechts typeren. Hierna volgt een kort overzicht van de achtergronden en kenmerken die in verschillende wetenschappelijke literatuur wordt gehanteerd. Daarna volgt de selectie van kenmerken die in dit onderzoek zijn gebruikt om een selectie van websites te maken.
Kenmerken
In dit onderzoek is uitgegaan van een politiek-ideologische benadering. Binnen dit perspectief onderscheiden de politicologen Holsteyn en Mudde een aantal deelbegrippen die extreemrechts typeren: nationalisme, racisme, etnocentrisme, antidemocratisme en het streven naar een sterke staat. De Zwitserse politicoloog en filosoof Altermatt gebruikt vergelijkbare kenmerken: agressief nationalisme en/of etnocentrisme, (biologisch) racisme, antisemitisme, autoritarisme, anti-egalitaire maatschappijopvatting, nadruk op culturele homogeniteit, acceptatie van geweld als middel om sociale en politieke conflicten te beslechten, demagogie en absolutistische aanspraken op de waarheid. Volgens Altermatt zijn dit de vaste bestanddelen van extreemrechts die zich afhankelijk van de context op verschillende wijzen manifesteren. De onderdelen van de definitie zijn echter cumulatief: personen, groepen of websites vallen eenvoudig buiten de definitie vallen indien ze aan één element niet voldoen, maar verder wel alle kenmerken van extreemrechts hebben.
Vermoedelijk wordt er met deze kromme zin bedoeld dat extreemrechts alleen extreemrechts is als aan alle kenmerken (agressief nationalisme en/of etnocentrisme, (biologisch) racisme, antisemitisme, autoritarisme, anti-egalitaire maatschappijopvatting, nadruk op culturele homogeniteit, acceptatie van geweld als middel om sociale en politieke conflicten te beslechten, demagogie en absolutistische aanspraken op de waarheid) is voldaan. Met een dergelijk rigoreus selectiecriterium blijven er natuurlijk maar weinig websites over om op een lijst te zetten. De onderzoekers hanteren dit criterium dan ook niet.
Onderzoekers van de Anne Frank Stichting bakenen extreemrechts af door gebruik te maken van een onderscheid in twee elementen die extreemrechts typeren, namelijk afkeer van het volksvreemde” en “volksvijandigheid” Het eerste heeft betrekking op cultuurverschillen zoals die door extreemrechts worden ervaren en het tweede op een afkeer van politieke tegenstanders. Deze elementen kunnen op verschillende wijze gestalte krijgen, afhankelijk van verschillend gedachtegoed en de presentatie daarvan. Een goed voorbeeld van zo’n kenmerk is antisemitisme, dat een uiting is van afkeer van het volksvreemde. Lang niet alle sympathisanten van extreemrechts hebben antisemitische opvattingen, maar in combinatie met andere kenmerken kan antisemitisme wel een aanwijzing zijn dat er sprake is van extreemrechts gedachtegoed."Het eerste heeft betrekking op cultuurverschillen zoals die door extreemrechts worden ervaren en het tweede op een afkeer van politieke tegenstanders.”
Dus iets is extreemrechts omdat het een extreemrechts sentiment koestert? Dat is geen definitie, maar een cirkelredenering.
En "afkeer van politieke tegenstanders"? Volgens dat criterium is vrijwel het gehele Parlement extreemrechts.
Maar deze nogal dwaze criteria gaan de onderzoekers gelukkig ook niet hanteren.
Uiteindelijk heeft het MDI op basis van eigen ervaring en expertise en op basis van bovenstaande wetenschappelijke literatuur een aantal kenmerken onderscheiden dat is gebruikt voor de selectie van websites. Deze kenmerken zijn: racisme, antisemitisme, homohaat, haat tegen moslims, haat tegen allochtonen, ultra-nationalisme, verwerpen van democratische grondbeginselen en een positieve associatie met het Derde Rijk.Dit zijn dus de acht kenmerken die het Meldpunt Discriminatie Internet hanteert om te bepalen of een website extreemrechts genoemd kan worden.
Interessant.
Is een website die zich schuldig maakt aan al deze kenmerken behalve antisemitisme extreemrechts? Dat lijkt voor de hand te liggen.
Volgende vraag:
Is een website die zich schuldig maakt aan al deze kenmerken behalve haat tegen moslims en haat tegen allochtonen extreemrechts?
Nog steeds? Of zijn zes van de acht kenmerken niet genoeg? Hoeveel dan wel? Het rapport geeft hierin geen uitsluitsel.
Maar het raakt een pijnlijk punt, want de islam voldoet volledig aan de overige zes kenmerken (racisme, antisemitisme, homohaat, ultra-nationalisme, verwerpen van democratische grondbeginselen en een positieve associatie met het Derde Rijk).
Betekent dit dat we ook een groot aantal islamitische websites in de 'lijst van extreemrechtse websites' zullen gaan aantreffen?
Het formuleren van een achttal kenmerken zou in moeten houden dat alle websites die voldoen aan 3/4 van de kenmerken als extreemrechts gekenschetst kunnen worden.
Dus ook islamitische (en mogelijk ook christelijke of boeddhistische of andere websites die evenveel kenmerken vertonen) kunnen extreemrechts zijn.
Waar het om gaat is: voldoen websites aan de criteria?
En dus niet: voldoen de door het MDI geselecteerde en van rechtsextremisme verdachte websites aan de criteria?
Zijn er islamitische sites te vinden in de lijst van extreemrechtse websites? Nee natuurlijk niet. Het MDI kijkt maar één kant uit, negeert soepeltjes wat er niet in het kraam te pas komt en diskwalificeert daarmee bij voorbaat dit hele 'onderzoek'.
Als er geen reden is om islamitische websites op te nemen in de lijst van extreemrechtse websites (iets waar de onderzoekers blijkbaar van overtuigd zijn) dan is er ook geen reden om extreemrechtse websites die veel, maar niet alle, kenmerken vertonen op die lijst te zetten.
Selectie van websitesHet Joep Dohmen overzicht is deze (althans, dit is wat er na wat geknoei in inmiddels verdonkeremaande pdf-files uitgekomen is):
Voor de selectie van de websites is gebruik gemaakt van het meldingsarchief van het MDI. Daarnaast is het overzicht van (extreem)rechtse websites van de journalist Joep Dohmen geraadpleegd: een inventarisatie van (extreem)rechtse websites die de afgelopen tien jaar op het Nederlandse deel van het internet voorkwamen.
Overzicht van vrijsprekende, rechtse en extreemrechtse websites onderzoek NRC Handelsblad 25 augustus 2007
Een lijstje waar het forum DutchFaithFreedom overigens ook in voorkomt, met als kwalificatie in de kolom 'soort': "radicaal rechtse site, anti-moslim, allochtonenkritisch").
Duns Ouray schreef een column over Joep Dohmen en zijn overzicht op Het Vrije Volk:
NRC steeds verder verstrikt in web van eigen leugens
Deze passage uit de column van Duns Ouray is interessant:
Het NRC verzuimt echter deze groei af te zetten tegen de totale groei van het internet. Er komen dagelijks miljoenen blogs bij. Daar rept de NRC met geen woord over. Als in werkelijkheid de groei van extreemrechtse sites synchroon loopt met de totale groei van het internet, is het immers een non-item. Dat is leugen nummer 1.Dat is precies wat het Meldpunt Discriminatie Internet ook doet, of liever gezegd niet doet: uit niets blijkt dat er bij het signaleren van de trend (die er overigens helemaal niet is) rekening gehouden wordt met de totale groei van het internet.
Bovendien is gebruik gemaakt van een lijst van websites die ons is aangeleverd door de antifascistische onderzoeksgroep Kafka. Op basis van deze informatie zijn, onder meer door middel van hyperlinks en andere verwijzingen, meer extreemrechtse websites aangetroffen. Tevens is gebruik gemaakt van zoekmachines zoals google.nl. Dit selectieproces heeft geresulteerd in een overzicht van 114 websites. Deze websites zijn onderverdeeld in websites met een nazistisch karakter en websites zonder nazistische elementen, zogenaamd “klassiek extreemrechts”. Van de 114 extreemrechtse websites zijn 59 geclassificeerd als klassiek extreemrechts en 55 als nazistisch.Dat het aantal geselecteerde websites (114) exact overeenkomt met het aantal soera's in de koran is natuurlijk geheel toeval.
Over de Antifascistische Onderzoeksgroep Kafka meldt Wikipedia:
De Antifascistische Onderzoeksgroep Kafka is een antifascistische en linkse onderzoeksgroep.Extreemlinks dus.
De onderzoeksgroep is afkomstig uit de kraakscene. De naam 'Kafka' was oorspronkelijk in gebruik als acroniem voor Kollektief Anti Fascistisch/Kapitalistisch Archief. Kafka doet onderzoek naar zowel groepen als personen in Nederland die door haar als extreemrechts worden beschouwd, en de ontwikkelingen die daarmee samenhangen. De resultaten worden gepubliceerd op de website van Kafka en in het kwartaalblad Alert! van de AFA.
Onderzochte organisaties zijn onder andere Nieuw Rechts, de Moon-sekte, Voorpost en de Nederlandse Volks-Unie.
Kafka ontvangt geen directe subsidie en bestaat bij de gratie van donaties.
Nu is iedereen vrij om zelf te bepalen uit welke bronnen hij wil putten, maar men zou twijfels kunnen hebben over de keus voor deze bron en in hoeverre die keuze bijdraagt aan een onbevooroordeeld onderzoek.
Ook de twee andere bronnen hebben namelijk een politieke agenda. Het NRC/Joep Dohmen probeerde in 2007 een aantal niet-linkse vrijsprekerswebsites (om maar eens een pleonasme te gebruiken) in het verdomhoekje van extreemrechts te schuiven. Het Meldpunt Discriminatie Internet werkte mee aan de voorbereiding van het komende showproces tegen Wilders en voert nog steeds een hetze tegen de man (zie het Jaarverslag 2008 van het MDI).
Dit onderzoek naar extreemrechts op het internet heeft het onderzoeksgebied door anderen laten afbakenen.
Lees verder: deel 3
Bespreking rapport: Rechtsextremisme Op Het Internet. Deel 3.
Discriminatie op internet bestaat helemaal niet.
De rapportschrijver is op onderzoek uitgegaan en heeft een causaal verband ontdekt.
Aanzetten tot discriminatie is immers niet hetzelfde als discrimineren.
We mogen aannemen dat de schrijver kennis genomen heeft van de letterlijke tekst van art. 137d Sr (die staat immers op blz 48 van het rapport).
Hij (degene die volgens dit artikel bestraft kan worden met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie) kan volgens dit artikel niet bestraft worden omdat hij gehaat heeft, gediscrimineerd heeft of gewelddadig opgetreden is, maar omdat hij heeft aangezet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras etc.
Met andere woorden: een dader (hater, toepasser van discriminatie, geweldpleger) kan volgens dit artikel niet bestraft worden. Iemand die aanzet tot haat, discriminatie of geweld kan volgens dit artikel wél bestraft worden.
Een voorbeeld: Iemand gaat op het internet een campagne voeren met als motto dat alle christelijke scholen alle homoseksuele leerkrachten moeten ontslaan.
Deze uitingen zouden door een rechter als strafbaar aangemerkt kunnen worden. Het is immers 'aanzetten tot discriminatie'.
Maar dat persoon discrimineert niet. Dat persoon zet aan tot discriminatie. Een schoolbestuur dat een homoseksuele leerkracht op grond van zijn of haar seksuele voorkeur ontslaat, discrimineert wél. Dat is mogelijk strafbaar, maar niet door het in art. 137d Sr bepaalde. Want art. 137d Sr gaat over uitingen.
Discriminatie op internet bestaat dan ook helemaal niet. Want op internet kan men geen discriminerende handelingen (zoals in dit voorbeeld: ontslag op grond van seksuele geaardheid) uitvoeren.
Dat is een pijnlijk gegeven, want het MDI heeft aan dit niet-bestaande fenomeen zijn naam ontleend.
Met enige moeite zou er toch een geval van discriminatie op het internet gevonden kunnen worden:

Dit plaatje komt uit het rapport dat hier besproken wordt (blz. 40) en toont de toetredingsvoorwaarden van het forum van '14power88', een beweging die in het rapport als nazistisch wordt omschreven (het 14power88-forum schijnt overigens volgens het rapport inactief te zijn).
De getoonde toetredingsvoorwaarden discrimineren. Dus dat zou discriminatie op het internet kunnen zijn. Er is echter geen enkele manier om te controleren of een aspirant-forumlid aan de genoemde voorwaarden voldoet. Iedereen kan toetreden. Die 'toetredingsvoorwaarden' zijn een wassen neus. Het lijstje voorwaarden heeft voornamelijk als doel duidelijk te maken waar het forum voor staat en vooral: waar het tegen is. Het is een soort uithangbord. Van daadwerkelijke discriminatie is geen sprake.
Maar kijk eens wat er vervolgens gebeurt: de schrijvers van dit rapport gaan op slinkse wijze van de juiste formulering 'aanzetten tot discriminatie' over op het onjuiste gebruik van de termen 'discrimineren/discriminerend/discriminatie'. Die formulering blijft in het vervolg van het rapport gehandhaafd.
De rapportschrijver is op onderzoek uitgegaan en heeft een causaal verband ontdekt.
Hoofdstuk 2.Het is mogelijk juist dat discriminatie op internet strafbaar is. Maar niet volgens art. 137d Sr van het Wetboek van Strafrecht, zoals de schrijver van dit rapport beweert. De opsteller van dit rapport schrijft hierboven immers zelf: "...of (art. 137d Sr) aanzet tot discriminatie van een bevolkingsgroep."
Het causale verband tussen strafbare content en anonimiteit op internet.
Het internet is geen vrijplaats voor het doen van discriminerende uitingen. Zowel in het ‘offline’ als het ‘online’ leven wordt van iedereen verwacht, dat hij of zij zich houdt aan de bepalingen van de wet. In die wet staat dat het niet is toegestaan om in het openbaar opzettelijk discriminerende en beledigende opmerkingen te maken over een bevolkingsgroep vanwege hun ras, godsdienst of levensovertuiging, sexuele oriëntatie of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap.7 Op het eerste gezicht lijkt dit een solide toetsingskader, maar het bestrijden van discriminatie op internet is niet zo gemakkelijk als de wet doet vermoeden.
Die moeilijkheid zit enerzijds in de interpretatie van de wet, maar hangt ook voor een belangrijk deel samen met de wijze waarop het internet functioneert. In paragraaf 2.1 ‘Discriminatie op internet is strafbaar’ wordt uitleg gegeven over de anti-discriminatiebepalingen in het Nederlands Wetboek van Strafrecht. Paragraaf 2.2 ‘Websites en internet: hoe werkt het?’ gaat in op het technische aspect van het bestrijden van discriminatie op internet en de obstakels die hiermee gemoeid gaan.
2.1 Discriminatie op internet is strafbaar
Een aantal artikelen in het Wetboek van Strafrecht kunnen van toepassing zijn op de beoordeling van online uitingen op strafbare discriminatie. Om te kunnen bepalen of een uiting op het internet mogelijk strafbaar discriminerend is zijn vooral de artikelen 137c en 137d Sr van belang. Een van de voorwaarden waaraan de uiting moet voldoen, is dat deze in het openbaar wordt gedaan. Op het internet kan men in de meeste gevallen aannemen dat sprake is van openbaarheid.8 Vervolgens moet worden beoordeeld of de uiting (art. 137c Sr) beledigend is voor of (art. 137d Sr) aanzet tot discriminatie van een bevolkingsgroep.
Aanzetten tot discriminatie is immers niet hetzelfde als discrimineren.
We mogen aannemen dat de schrijver kennis genomen heeft van de letterlijke tekst van art. 137d Sr (die staat immers op blz 48 van het rapport).
Art. 137d Sr. 1. Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.We leggen het nog maar eens uit:
Hij (degene die volgens dit artikel bestraft kan worden met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie) kan volgens dit artikel niet bestraft worden omdat hij gehaat heeft, gediscrimineerd heeft of gewelddadig opgetreden is, maar omdat hij heeft aangezet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras etc.
Met andere woorden: een dader (hater, toepasser van discriminatie, geweldpleger) kan volgens dit artikel niet bestraft worden. Iemand die aanzet tot haat, discriminatie of geweld kan volgens dit artikel wél bestraft worden.
Een voorbeeld: Iemand gaat op het internet een campagne voeren met als motto dat alle christelijke scholen alle homoseksuele leerkrachten moeten ontslaan.
Deze uitingen zouden door een rechter als strafbaar aangemerkt kunnen worden. Het is immers 'aanzetten tot discriminatie'.
Maar dat persoon discrimineert niet. Dat persoon zet aan tot discriminatie. Een schoolbestuur dat een homoseksuele leerkracht op grond van zijn of haar seksuele voorkeur ontslaat, discrimineert wél. Dat is mogelijk strafbaar, maar niet door het in art. 137d Sr bepaalde. Want art. 137d Sr gaat over uitingen.
Discriminatie op internet bestaat dan ook helemaal niet. Want op internet kan men geen discriminerende handelingen (zoals in dit voorbeeld: ontslag op grond van seksuele geaardheid) uitvoeren.
Dat is een pijnlijk gegeven, want het MDI heeft aan dit niet-bestaande fenomeen zijn naam ontleend.
Met enige moeite zou er toch een geval van discriminatie op het internet gevonden kunnen worden:
Dit plaatje komt uit het rapport dat hier besproken wordt (blz. 40) en toont de toetredingsvoorwaarden van het forum van '14power88', een beweging die in het rapport als nazistisch wordt omschreven (het 14power88-forum schijnt overigens volgens het rapport inactief te zijn).
De getoonde toetredingsvoorwaarden discrimineren. Dus dat zou discriminatie op het internet kunnen zijn. Er is echter geen enkele manier om te controleren of een aspirant-forumlid aan de genoemde voorwaarden voldoet. Iedereen kan toetreden. Die 'toetredingsvoorwaarden' zijn een wassen neus. Het lijstje voorwaarden heeft voornamelijk als doel duidelijk te maken waar het forum voor staat en vooral: waar het tegen is. Het is een soort uithangbord. Van daadwerkelijke discriminatie is geen sprake.
Maar kijk eens wat er vervolgens gebeurt: de schrijvers van dit rapport gaan op slinkse wijze van de juiste formulering 'aanzetten tot discriminatie' over op het onjuiste gebruik van de termen 'discrimineren/discriminerend/discriminatie'. Die formulering blijft in het vervolg van het rapport gehandhaafd.
Het is echter niet altijd eenvoudig te bepalen of een uiting beledigend of discriminerend is in de zin van de wet. Iedere uiting is uniek, zowel in woordelijke vorm als de context waarin de uiting is geplaatst. Uitingen die in het kader van een maatschappelijk debat worden gedaan, mogen bijvoorbeeld verder gaan dan uitingen die buiten deze context vallen. De uniciteit van uitingen brengt met zich mee dat er nog geen rechterlijke toetsing van de uiting heeft plaatsgevonden. Om die reden moet bij iedere uiting opnieuw de afweging worden gemaakt of het gaat om strafbare belediging en / of discriminatie.Artikel 137e gaat ook alleen maar over het openbaar maken van uitingen die aanzetten tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden. En niet over discriminatie:
Een andere factor die het bestrijden van discriminatie op internet bemoeilijkt, maar van een geheel andere orde, is de openbaarmaking van discriminerende uitlatingen (artikel 137e Sr). Dit artikel biedt de mogelijkheid om eigenaren en beheerders van websites aansprakelijk te stellen voor de uitingen die op hun website zijn geplaatst, ook als de uitingen door anderen zijn gedaan. De uitingen worden immers via hun website openbaar en ook dat is strafbaar gesteld. Wie de persoon achter een website is, is vaak onbekend. Ook wanneer de gegevens wel bekend zijn, is vervolging niet altijd mogelijk. Voordat dieper op dit probleem kan worden ingegaan, is het noodzakelijk om uitleg te geven over de wijze waarop websites worden geregistreerd.
art. 137e.
1. Hij die, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving:
1.een uitlating openbaar maakt die, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, voor een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap beledigend is, of aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap;
2.een voorwerp waarin, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, zulk een uitlating is vervat, aan iemand, anders dan op diens verzoek, doet toekomen, dan wel verspreidt of ter openbaarmaking van die uitlating of verspreiding in voorraad heeft; wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
Lees verder: deel 4
Bespreking rapport: Rechtsextremisme Op Het Internet. Deel 4.
Het bestrijden van niet-bestaande fenomenen is altijd lastig.
In de paragrafen 2.2 t/m 2.2.3 worden wat technische details over de anonimiteit van websitebeheerders uit de doeken gedaan teneinde "het causale verband tussen strafbare content en anonimiteit op internet" verder aan te tonen.
Het causale verband tussen de achtervolging door organisaties zoals het MDI en anonimiteit op internet wordt niet gelegd. Het nut en de legitimiteit van de uitingsjagers wordt als vanzelfsprekend aangenomen. Ook de vraag of het achtervolgingsbeleid niet leidt tot meer anonimiteit en of meer anonimiteit niet leidt tot meer ongewenste uitingen, wordt niet gesteld.
De registratie- en webhostingproblematiek is niet bijzonder interessant, we verwijzen de geïnteresseerden naar het rapport (pdf), en we beperken ons tot de conclusie.
Het motief voor die vlucht in de anonimiteit is er niet alleen maar een om lekker ongestoord stoute uitingen te kunnen publiceren, maar is een gevolg van de ondeskundigheid en het intimiderende, onredelijke en onfatsoenlijke gedrag van het Meldpunt Discriminatie Internet. De belangrijkste reden om de anonimiteit op te zoeken is echter dat websitebeheerders een juridische veldslag met een Meldpunt dat op kosten van de belastingbetaler eindeloos kan doorprocederen zoveel mogelijk trachten te vermijden.
Lees verder: deel 5
In de paragrafen 2.2 t/m 2.2.3 worden wat technische details over de anonimiteit van websitebeheerders uit de doeken gedaan teneinde "het causale verband tussen strafbare content en anonimiteit op internet" verder aan te tonen.
Het causale verband tussen de achtervolging door organisaties zoals het MDI en anonimiteit op internet wordt niet gelegd. Het nut en de legitimiteit van de uitingsjagers wordt als vanzelfsprekend aangenomen. Ook de vraag of het achtervolgingsbeleid niet leidt tot meer anonimiteit en of meer anonimiteit niet leidt tot meer ongewenste uitingen, wordt niet gesteld.
De registratie- en webhostingproblematiek is niet bijzonder interessant, we verwijzen de geïnteresseerden naar het rapport (pdf), en we beperken ons tot de conclusie.
ConclusieHet bestrijden van niet-bestaande fenomenen is altijd lastig. De onderzoekers bedoelen waarschijnlijk te zeggen dat website-beheerders die zich geanonimiseerd hebben, zich niet zo gemakkelijk laten intimideren door het MDI.
Iedere uiting op het internet is uniek in woord en context. Deze uniciteit maakt dat bij elke uiting opnieuw de afweging moet worden gemaakt of het al dan niet gaat om strafbare discriminatie. Als wordt vastgesteld dat sprake is van discriminatie, dan kunnen politie en OM een onderzoek en vervolging instellen. Dit is vaak niet gemakkelijk omdat beheerders van websites met strafbare content, zoals klassiek extreemrechtse en nazistische websites, hun identiteit doelbewust verbergen. Beheerders hoeven hier weinig moeite voor te doen. Vanuit de voor registratie verantwoordelijke instanties wordt amper toezicht gehouden op de juistheid van de gegevens. In sommige gevallen wordt anonieme registratie zelfs gestimuleerd. Een andere technische oplossing die veel wordt gebruikt, is hosting in het buitenland. In dit onderzoek bleek slechts 6% van de websites met strafbare content in Nederland te worden gehost. Het gemak waarmee anonimiteit of hosting in het buitenland kan worden verkregen is een serieus obstakel in het bestrijden van discriminatie op et internet.
Het motief voor die vlucht in de anonimiteit is er niet alleen maar een om lekker ongestoord stoute uitingen te kunnen publiceren, maar is een gevolg van de ondeskundigheid en het intimiderende, onredelijke en onfatsoenlijke gedrag van het Meldpunt Discriminatie Internet. De belangrijkste reden om de anonimiteit op te zoeken is echter dat websitebeheerders een juridische veldslag met een Meldpunt dat op kosten van de belastingbetaler eindeloos kan doorprocederen zoveel mogelijk trachten te vermijden.
Lees verder: deel 5
Bespreking rapport: Rechtsextremisme Op Het Internet. Deel 5.
Liever op internet dan op straat..
De kans dat er leed aangericht wordt door de aanwezigheid van dit soort 'dode' websites is te verwaarlozen.
Toch worden de inactieven gretig meegeteld in het rapport.
Begrijpelijk, want een 'lijst van 114' klinkt beter dan een 'lijst van 63'..
De publicatie van dit rapport en daarmee de lijst van 114 dient alleen maar om het te doen voorkomen dat extreemrechts wat meer is dan een marginaal verschijnsel en om daarmee het Meldpunt Discriminatie Internet van een bestaansreden te voorzien.
"Extreemrechts is springlevend op internet" meldde het Meldpunt triomfantelijk op de website. Voor de één is dat een beangstigend bericht, een ander zal denken: "liever op internet dan op straat"..
Leesverder: deel 5a
Hoofdstuk 3.Vermoedelijk wordt met de geradicaliseerde groep jongeren in Almere het volgende incident bedoeld. De schrijver van dit artikel van de wereldomroep hoorde de laarzen al stampen en de oorzaak van deze angstaanjagende trend was maar weer eens de toon:
De symbiotische relatie tussen het online en offline leven
Tussen 2002 en 2007 is het aantal huishoudens met toegang tot internet met 20% gestegen. Met name jongeren zijn fervente gebruikers. Naast het opzoeken van informatie en e-mailen, gebruikt meer dan de helft van de jongeren het internet ook voor activiteiten als chatten, telefoneren en / of het delen van muziek en films. Het gebruik van internet neemt toe en daarmee ook de invloed van het internet op het dagelijkse leven. De verwevenheid van het online en offline leven in het algemeen wordt behandeld in paragraaf 3.1 en gespecificeerd naar de websites van onderzoek in paragraaf 3.2.
3.1 De jeugd van tegenwoordig
Het offline leven staat in internetjargon ook wel bekend als ‘In real life’ (IRL). Deze term suggereert een verschil tussen het leven op en buiten internet. Dit is tot op zekere hoogte correct. Denk bijvoorbeeld aan een forum, zoals fok.nl. Hierop kan een gebruiker zich gemakkelijk anders voordoen dan hij of zij is, of zelfs een andere identiteit aannemen. Anders beschouwd is het online leven onderdeel van het offline leven. Voor de jongeren van tegenwoordig is het online leven immers net zo vanzelfsprekend als het leven daarbuiten. Vrienden maak je en ontmoet je zowel op school als op het internet. Die verwevenheid van het internet met het dagelijkse leven heeft echter ook een keerzijde. Voor extremistische organisaties is dit medium een veel gebruikt middel om de eigen ideeën te verspreiden en potentiële volgelingen te rekruteren. Recent onderzoek naar de radicalisering van een groep jongeren in Almere, illustreert dit gegeven. Deze groep jongeren is veroordeeld tot gevangenisstraffen wegens een reeks aan bedreigingen en mishandelingen. Zo hebben zij geprobeerd brand te stichten in onder meer een synagoge en een islamitische school. Het onderzoek toonde aan dat een deel van de plannen bervooral ingegeven door informatie die zij hadden verkregen via het internet. De jongeren waren actief op fora, lazen nationaal socialistische boeken en over ‘bewijs’ dat de holocaust nooit heeft plaatsgevonden. Uiteindelijk bleek dat de extreemrechtse organisatie Voorpost de groep jongeren gerekruteerd had, onder andere via de website van Voorpost.
Extreem rechts steeds gewelddadigerInmiddels zijn we twee jaar verder en komt extreemrechts alleen nog maar in het nieuws als een bijeenkomst of demonstratie van extreemrechtse elementen verstoord wordt door extreemlinkse elementen.
...
Maar er zijn meer oorzaken, denkt Meindert Fennema, politicoloog van de Universiteit van Amsterdam: "De toon van het politieke klimaat in Nederland is een stuk agressiever geworden. En als het normale debat harder wordt dan wordt het aan de randen ook harder. Vuisten veranderen in knuppels en knuppels in pistolen."
...
3.2 Websites van offline organisatiesZo eenvoudig om ongewild op een 'foute' website terecht te komen als de schrijver van dit rapport het het wil doen voorkomen, is het natuurlijk niet. Een zoekmachine laat nooit één, maar altijd een aantal sites zien als resultaat van een zoekopdracht. Aan de volledige naam van de site en de begeleidende informatie die de zoekmachine verstrekt is over het algemeen goed te zien wat voor een website het is. De argeloze internetgebruiker moet dus twee handelingen verrichten om op een onbedoelde website te belanden. En dan nog: de internetgebruiker kan onmiddellijk wegklikken of een stap terug gaan zodra hij zijn vergissing bemerkt. Bovendien: wat zegt het dat de website in onbruik geraakt is? Kan dat niet een teken zijn dat het op de website gepropageerde gedachtegoed niet meer leeft?
In dit onderzoek naar extreemrechts op internet komen meerdere websites voor waarbij een organisatie betrokken is die ook buiten het internet activiteiten ontplooit. In totaal gaat het om 38 websites. De organisaties variëren van stichtingen en verenigingen tot muziekgezelschap en actiegroepen. Deze clubs zijn voor hun voortbestaan dus niet volledig afhankelijk van de website.
In de categorie nazistische websites, komen meer connecties met een offline organisatie voor dan in de categorie klassiek extreemrechts. 38% van de nazistische websites zijn van organisaties die zich ook buiten het internet manifesteren. Dit betreft onder meer een aantal fora van het Blood & Honour netwerk, de website van de Nederlandse Volksunie en van de Nieuwe Nationale Eenheid. Bij de klassiek extreemrechtse websites komen minder (29%) connecties met een offline organisatie voor. De organisaties betreffen onder meer muziekgezelschappen en het postorderbedrijf Fenris.
Het is opvallend dat het percentage websites dat verbonden is aan offline organisaties in beide categorieën dicht bij elkaar ligt. Het percentage van de categorie klassiek extreemrechts is kleiner. Dit heeft te maken met het grote aantal inactieve websites binnen deze categorie. Met inactief wordt bedoeld dat de websites nog wel bestaan, maar dat de organisaties achter de websites inmiddels zijn opgeheven, dat de personen zijn overleden of gebruik wordt gemaakt van een nieuwe website en de oude is blijven bestaan.
Van de 114 websites die dit onderzoek telt, zijn 51 inactief. Maar liefst 42 van deze inactieve sites worden gehost bij gratis providers. De resterende 9 maken veelal deel uit van grotere en internationaal georiënteerde websites. Een voorbeeld is de website van het nazistische European National Front. Het op Nederland gerichte deel is niet meer actief, de Griekse sectie daarentegen wel. Van de 51 inactieve websites bevatten 21 strafbare inhoud. Het gevolg van het voortbestaan van deze inactieve websites is dat de discriminerende beledigingen blijven staan. Alhoewel de website in onbruik is geraakt, kunnen internetgebruikers toch onbedoeld en ongewild stuiten op deze uitingen. Het intypen van een bepaalde woordencombinatie in een zoekmachine, kan een internetgebruiker eenvoudig naar een dergelijke website leiden.
De kans dat er leed aangericht wordt door de aanwezigheid van dit soort 'dode' websites is te verwaarlozen.
Toch worden de inactieven gretig meegeteld in het rapport.
Begrijpelijk, want een 'lijst van 114' klinkt beter dan een 'lijst van 63'..
ConclusieHet kan zeker geen kwaad om extreemrechtse bewegingen en radicaliserende jongeren blijvend in het oog te houden. Maar er is veel voor te zeggen om dat werk te verrichten zonder er enige ruchtbaarheid aan te geven. Als er incidenten voorkomen heeft dat nieuwswaarde en moet er zeker over gepubliceerd worden, al is het maar om de bevolking waakzaam te houden. Een rapport als dit met een lijst websites heeft geen enkel nut. De 'vijand' weet immers heel goed dat ze geviseerd worden, dus het is bijzonder onwaarschijnlijk dat er waardevolle informatie, informatie die gebruikt kan worden om incidenten te voorkomen, op websites aangetroffen zal worden.
Het internet kan een behoorlijke impact hebben op het dagelijkse leven en niet altijd in positieve zin. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het onderzoek naar de groep geradicaliseerde jongeren in Almere, die gerekruteerd werden via het internet door een extreemrechtse organisatie. Websites die worden gebruikt als middel om medestanders voor offline organisaties te rekruteren zijn echter in de minderheid. De cijfers in paragraaf 3.2 tonen aan dat gemiddeld een derde van de klassiek extreemrechtse en nazistische websites worden ondersteund door offline organisaties zoals Voorpost en de Nederlandse Volks Unie (NVU). Van de websites die in dit onderzoek voorkomen, is 33% verbonden aan een offline organisatie.
De publicatie van dit rapport en daarmee de lijst van 114 dient alleen maar om het te doen voorkomen dat extreemrechts wat meer is dan een marginaal verschijnsel en om daarmee het Meldpunt Discriminatie Internet van een bestaansreden te voorzien.
"Extreemrechts is springlevend op internet" meldde het Meldpunt triomfantelijk op de website. Voor de één is dat een beangstigend bericht, een ander zal denken: "liever op internet dan op straat"..
Leesverder: deel 5a
Bespreking rapport: Rechtsextremisme Op Het Internet. Deel 5a.
'Extreemrechts' is een geschenk voor links.
De motivatie van het MDI om het rapport "Rechtsextremisme op het internet" samen te laten stellen is een politieke.
Door aan te tonen dat extreemrechts op het internet 'springlevend' is tracht het MDI te suggereren dat Nederland verrechtst en niet alleen verrechtst, maar ook op een gevaarlijke manier verrechtst. Dat Nederland verrechtst is gezien de opniniepeilingen juist. Het is een feit dat steeds meer kiezers in gaan zien dat de linkse politiek niet werkt, maar met extreemrechts heeft dat niets te maken. Toch zal links onophoudelijk trachten die associatie te propageren. Voor links zijn de 'extreemrechtse' ('nazistisch en/of extreemnationalistisch' is een betere benaming) organisaties een geschenk. Als deze 'extreemrechtse' groeperingen er niet waren geweest zou het immers voor links onmogelijk zijn om hun tegenstanders in de extreemrechtse hoek te drukken: die hoek zou namelijk niet bestaan.
Hieronder een artikel op de site "Monitor Racisme & Extremisme". Een site van de Anne Frank Stichting.
Toen, in 2003, werd getracht om de Lijst Pim Fortuyn (LPF) in het extreemrechtse beerputje te laten verdwijnen.
In de eerste, vetgedrukte alinea wordt de LPF met extreemrechts geassocieerd en extreemrechts met de LPF. Vervolgens, in de rest van het artikel, blijkt dat die koppeling helemaal niet gemaakt kan worden en dat extreemrechts niet opbloeit door of na de opkomst en ondergang van Fortuyn. Het is een tendentieus onzinartikel. Maar het artikel volgt een methode die tot op de dag van vandaag door links gebruikt wordt om hun tegenstanders in een kwaad daglicht te stellen. Handig maken zij gebruik van het bestaan van 'extreemrechts'.
De motivatie van het MDI om het rapport "Rechtsextremisme op het internet" samen te laten stellen is een politieke.
Door aan te tonen dat extreemrechts op het internet 'springlevend' is tracht het MDI te suggereren dat Nederland verrechtst en niet alleen verrechtst, maar ook op een gevaarlijke manier verrechtst. Dat Nederland verrechtst is gezien de opniniepeilingen juist. Het is een feit dat steeds meer kiezers in gaan zien dat de linkse politiek niet werkt, maar met extreemrechts heeft dat niets te maken. Toch zal links onophoudelijk trachten die associatie te propageren. Voor links zijn de 'extreemrechtse' ('nazistisch en/of extreemnationalistisch' is een betere benaming) organisaties een geschenk. Als deze 'extreemrechtse' groeperingen er niet waren geweest zou het immers voor links onmogelijk zijn om hun tegenstanders in de extreemrechtse hoek te drukken: die hoek zou namelijk niet bestaan.
Hieronder een artikel op de site "Monitor Racisme & Extremisme". Een site van de Anne Frank Stichting.
Toen, in 2003, werd getracht om de Lijst Pim Fortuyn (LPF) in het extreemrechtse beerputje te laten verdwijnen.
In de eerste, vetgedrukte alinea wordt de LPF met extreemrechts geassocieerd en extreemrechts met de LPF. Vervolgens, in de rest van het artikel, blijkt dat die koppeling helemaal niet gemaakt kan worden en dat extreemrechts niet opbloeit door of na de opkomst en ondergang van Fortuyn. Het is een tendentieus onzinartikel. Maar het artikel volgt een methode die tot op de dag van vandaag door links gebruikt wordt om hun tegenstanders in een kwaad daglicht te stellen. Handig maken zij gebruik van het bestaan van 'extreemrechts'.
Kroniek extreemrechts 1945-2003
Rechtsextremisme en de Fortuyn-revolte
De moord op Pim Fortuyn, 6 mei 2002, en de opmars van de Lijst Pim Fortuyn (LPF) en de Leefbaar-stroming hebben een belangrijke aantrekkingskracht uitgeoefend op extreemrechts in Nederland. Het at your service is in diverse extreemrechtse milieus breed en krachtig aangeslagen. Ook buiten Nederland, zoals bij het Vlaams Blok, was de positieve identificatie waarneembaar.
Het is niet altijd even duidelijk waardoor men zich precies voelt (voelde) aangetrokken: door de denkbeelden van Fortuyn, diens provocatieve optreden, dan wel zijn afkeer van 'de linkse kerk'? Of was het de afschuw over de politieke moord die zijn aanhang deed groeien? Zo goed als zeker heeft Fortuyns afkeer van de islam, evenals zijn strijd tegen het politiek correcte denken en zijn pleidooi voor verruiming van de uitingsvrijheden (die te zeer zouden zijn beperkt omwille van de discriminatiebestrijding) bijgedragen aan die groei.
Overlap
Bij de totstandkoming van zowel Leefbaar Nederland als ook de Lijst Pim Fortuyn hebben voor zover valt na te gaan, personen uit extreemrechtse kringen niet of nauwelijks een rol gespeeld. Met name bij de oprichting van de LPF zijn er wel pogingen ondernomen om zich actief te mengen en zich aan te sluiten, doch deze pogingen zijn mislukt. Wel hebben extreemrechtse kringen de LPF geholpen bij het verkrijgen van voldoende ondersteuningsverklaringen voor verkiezingsdeelname. Op een totaal van meer dan 570 ondersteunende handtekeningen in alle kieskringen tezamen, waren tenminste twintig handtekeningen van personen met een bekend extreemrechts verleden. Getalsmatig zijn de personele overlappingen tussen extreemrechts en de Fortuyn-stroming bescheiden te noemen. Eén van de verklaringen daarvoor is ongetwijfeld het feit geweest dat bekende rechtsextremisten bij Leefbaar Nederland en incidenteel doch niet structureel ook bij de LPF zijn geweerd.
Dreigcultuur
Na de moord op Pim Fortuyn is Nederland overspoeld met politieke bedreigingen tegen alles wat links is. Er is wel gesproken van een dreigcultuur die zou zijn ontstaan, waarbij vooral internet als podium kan worden aangemerkt. Extreemrechtse webfora als Polinco en Stormfront hebben zich dan ook niet onbetuigd gelaten. Het gaat daarbij niet alleen om discriminerende en racistische uitingen, maar meer en meer ook om uitingen waarbij politiek en racistisch geweld worden gerechtvaardigd of zelfs aangemoedigd. Extreemrechtse politieke formaties hebben vooralsnog – electoraal – niet kunnen profiteren van de Fortuyn-revolte.
Lees verder: deel 6
Bespreking rapport: Rechtsextremisme Op Het Internet. Deel 6.
Het negende kenmerk.
Het rapport "Rechtsextremisme op het internet" wordt er niet spannender op, naarmate we verder lezen.
In hoofstuk 4, 5 en 6 komen respectievelijk "nazistische websites", "klassiek extreemrechtse websites" en "de fora" aan de orde, waarbij tientallen sites met naam genoemd en behandeld worden. Zo af en toe worden de nogal saaie gegevens geïllustreerd met citaten of plaatjes (in het pdf-file).
Het kan geen verrassing zijn dat een groot aantal van de aangeleverde websites als extreemrechts uit de bus kwam.
Deze volkomen absurde werkwijze ligt ten grondslag aan het onderzoek naar extreemrechts op het internet!
Vervolgens werd er helemaal niet gekeken of er misschien andere dan de aangeleverde websites aan de criteria voldeden. Dat zou immers het hele onderzoek op losse schroeven zetten en overduidelijk aantonen dat er volkomen subjectieve criteria zijn toegepast. Niet bij het formuleren van de kenmerken, maar bij het samenstellen van de lijst.
De vraag of er misschien nog meer websites zijn die aan de kenmerken voldoen wordt door de onderzoeker niet gesteld.
Met opzet niet. Want dan zou het verborgen criterium aan het licht komen.
Er is namelijk één kenmerk verzwegen waaraan een website moet voldoen om als extreemrechts gekwalificeerd te kunnen worden in dit onderzoek.
Dat ene kenmerk is essentieel: zonder dit kenmerk is een website volgens dit onderzoek niet extreemrechts.
Dit verzwegen kenmerk, het negende kenmerk, is: "wordt door (extreem)links als extreemrechts gedefinieerd".
Maar het is een gegeven dat er mensen met minder frisse denkbeelden rondlopen en dat die mensen zich op internet begeven en websites maken.
Die, als extreemrechts aangeduide, mensen heeft links nodig. Links heeft ze nodig en maakt lijstjes van hun organisaties.
Links brengt nauwkeurig die groep - een groep waar niemand bij wil horen behalve de groepsleden - in kaart en geeft ze een naam: extreemrechts.
Vervolgens kan links iedereen die niet links genoeg is demoniseren door ze het extreemrechts etiket op te plakken.
Dat websites met een nazistische inslag meer op de huid worden gezeten door het MDI dan andere websites is mogelijk en zelfs waarschijnlijk.
Dus het MDI is de essentiële schakel die de anonieme webhosting veroorzaakt.
Het Meldpunt Discriminatie Internet dat zich tot doel gesteld heeft om het internet te zuiveren van onwelgevallige uitingen zou er inderdaad baat bij hebben als de anonimiteit opgeheven zou kunnen worden, maar helaas heeft de samenleving daar geen baat bij. Dat maakt de volgende alinea van het rapport duidelijk. Het opschonen van het internet maakt het politie en justitie onmogelijk te ‘patrouilleren’ op websites en webfora zodat misstanden vroegtijdig kunnen worden gesignaleerd en bestreden. Volgens dit rapport is er immers een duidelijke connectie tussen hetgeen dat op internet plaatsvindt en de activiteiten 'in real life'.
Het rapport "Rechtsextremisme op het internet" wordt er niet spannender op, naarmate we verder lezen.
In hoofstuk 4, 5 en 6 komen respectievelijk "nazistische websites", "klassiek extreemrechtse websites" en "de fora" aan de orde, waarbij tientallen sites met naam genoemd en behandeld worden. Zo af en toe worden de nogal saaie gegevens geïllustreerd met citaten of plaatjes (in het pdf-file).
Conclusie en aanbevelingen In dit onderzoek is extreemrechts op het internet in kaart gebracht. In de eerste plaats is geïnventariseerd hoeveel extreemrechtse websites op het Nederlandse deel van het internet voorkwamen in de periode maart tot juni 2008. Vervolgens is onderzoek gedaan naar de inhoud van de geselecteerde websites, waarbij in het bijzonder aandacht is besteed aan het al dan niet voorkomen van strafbaar discriminerende uitingen. Daarbij zijn websites als Hyves en Youtube, die op zichzelf niet als extreemrechts gekenmerkt konden worden, maar wel strafbaar discriminerende uitingen bevatten, buiten beschouwing gelaten.Uit deze alinea wordt klaarhelder duidelijk voor welke bijzonder onwetenschappelijke benadering is gekozen. Er werden een aantal websites aangeleverd (door Kafka en het MDI) die door hetzelfde Kafka en hetzelfde MDI het label 'extreemrechts' hadden meegekregen en vervolgens werden er een aantal kenmerken geselecteerd die de aangeleverde websites min of meer gemeenschappelijk hadden. Websites die aan een aantal van die kenmerken voldeden waren dus extreemrechts.
Het bleek niet eenvoudig de grenzen te bepalen van een definitie van ‘extreemrechts’. Uiteindelijk is gekozen voor een benadering waarin zoveel mogelijk recht werd gedaan aan de grote verscheidenheid aan websites die onder deze noemer geplaatst kunnen worden. Op basis van een politiek-ideologische benadering zijn de websites gerangschikt binnen de categorie nazistisch en klassiek extreemrechts.
Het kan geen verrassing zijn dat een groot aantal van de aangeleverde websites als extreemrechts uit de bus kwam.
Deze volkomen absurde werkwijze ligt ten grondslag aan het onderzoek naar extreemrechts op het internet!
Vervolgens werd er helemaal niet gekeken of er misschien andere dan de aangeleverde websites aan de criteria voldeden. Dat zou immers het hele onderzoek op losse schroeven zetten en overduidelijk aantonen dat er volkomen subjectieve criteria zijn toegepast. Niet bij het formuleren van de kenmerken, maar bij het samenstellen van de lijst.
De vraag of er misschien nog meer websites zijn die aan de kenmerken voldoen wordt door de onderzoeker niet gesteld.
Met opzet niet. Want dan zou het verborgen criterium aan het licht komen.
Er is namelijk één kenmerk verzwegen waaraan een website moet voldoen om als extreemrechts gekwalificeerd te kunnen worden in dit onderzoek.
Dat ene kenmerk is essentieel: zonder dit kenmerk is een website volgens dit onderzoek niet extreemrechts.
Dit verzwegen kenmerk, het negende kenmerk, is: "wordt door (extreem)links als extreemrechts gedefinieerd".
Maar het is een gegeven dat er mensen met minder frisse denkbeelden rondlopen en dat die mensen zich op internet begeven en websites maken.
Die, als extreemrechts aangeduide, mensen heeft links nodig. Links heeft ze nodig en maakt lijstjes van hun organisaties.
Links brengt nauwkeurig die groep - een groep waar niemand bij wil horen behalve de groepsleden - in kaart en geeft ze een naam: extreemrechts.
Vervolgens kan links iedereen die niet links genoeg is demoniseren door ze het extreemrechts etiket op te plakken.
Vervolgens is gekeken naar een aantal factoren: het aantal strafbare uitingen, de connecties met organisaties die buiten het internet actief zijn en de manier waarop de website is geregistreerd. Het blijkt dat veruit de meeste strafbare uitingen voorkomen op websites met een nazistische inslag, 75% tegenover 15% bij klassiek extreemrechts. Daar komt bij dat juist bij de websites met een nazistische ideologie, de registratie-gegevens niet zijn te achterhalen. Dat hier sprake is van een causaal verband lijdt geen twijfel. Zeer opvallend is het bestaan van de extreemrechtse webhoster “Eigen Volk Eerst”, die een aantal grote en kleinere extreemrechtse Nederlandse websites van anonieme webhosting voorziet.Als er een causaal verband bestaat, is dit er één tussen het vervolgingsbeleid van onder andere het MDI en de vlucht in de anonimiteit.
Dat websites met een nazistische inslag meer op de huid worden gezeten door het MDI dan andere websites is mogelijk en zelfs waarschijnlijk.
Dus het MDI is de essentiële schakel die de anonieme webhosting veroorzaakt.
Van de onderzochte nazistische websites, heeft 38% een direct herleidbare offline connectie. Dat is hoger dan bij de klassiek extreemrechtse websites, waar 29% een offline connectie heeft. Bij de nazistische websites gaat het om activistische en soms gewelddadige organisaties zoals Blood and Honour. Bij de klassiek extreemrechtse websites gaat het om connecties met onder meer de Gelderse Centrum Democraten, de actiegroep Voorpost en het populaire forum Holland Hardcore, dat zelf bijeenkomsten organiseert. Aan 68% van de onderzochte websites is niet direct een offline organisatie verbonden. Ook is bekend dat extreemrechtse offline acties vaak geïnspireerd en georganiseerd worden op het internet. Daarmee blijft de invloed van deze websites vaak niet beperkt tot het virtuele domein.De stellige bewering dat extreemrechts is op het internet springlevend is en dat daar voorlopig geen einde aan lijkt te komen blijkt niet uit het onderzoek. Dat kan ook niet, want het onderzoek is gebaseerd op een momentopname van de activiteiten op en van een aantal websites in een bepaalde periode in 2008. En aan een (één) momentopname is geen trend af te lezen. Aan één foto van een auto kun je immers ook niet zien of de auto achteruit of vooruit rijdt. Of stilstaat..
In dit onderzoek is een apart hoofdstuk opgenomen over extreemrechtse webfora. Binnen extreemrechts op het internet, blijken webfora het communicatiemiddel bij uitstek. Ze worden gebruikt voor onderlinge discussies, het ronselen van nieuwe leden, het plannen van acties en het verspreiden van extreemrechts gedachtegoed. Veel van deze fora zijn volledig openbaar. Bovendien zijn ze verantwoordelijk voor veruit de meeste strafbare uitingen die in dit onderzoek zijn aangetroffen. De belangrijkste op Nederland gerichte fora, zijn Stormfront en Holland Hardcore.
Extreemrechts is op het internet springlevend en daar lijkt voorlopig geen einde aan te komen. Het hoge aantal strafbare uitingen op websites met een nazistisch karakter is zorgwekkend. Het blijkt dat het overgrote deel van de websites met strafbare discriminerende uitingen anoniem worden gehost. Het gegeven dat website eigenaren die verantwoordelijk zijn voor strafbare discriminerende uitingen, niet aangesproken kunnen worden op hun gedrag, is een serieus obstakel in de strijd tegen online racisme en discriminatie. Vooralsnog is het onmogelijk om deze anonimiteit op te heffen, maar mocht hier een manier voor gevonden worden, dan zou dit zeer effectief kunnen zijn, onder meer voor het werk van het MDI. Aan de andere kant is gebleken uit recent onderzoek van politie en justitie naar Holland Hardcore en Stormfront, dat anonimiteit een succesvol onderzoek niet noodzakelijkerwijs onmogelijk maakt. Vermoedelijk heeft een succesvolle strafvervolging van dit type webfora een belangrijk positief effect, omdat het duidelijk maakt dat anonieme webhosting geen strafrechtelijke immuniteit garandeert.
Het Meldpunt Discriminatie Internet dat zich tot doel gesteld heeft om het internet te zuiveren van onwelgevallige uitingen zou er inderdaad baat bij hebben als de anonimiteit opgeheven zou kunnen worden, maar helaas heeft de samenleving daar geen baat bij. Dat maakt de volgende alinea van het rapport duidelijk. Het opschonen van het internet maakt het politie en justitie onmogelijk te ‘patrouilleren’ op websites en webfora zodat misstanden vroegtijdig kunnen worden gesignaleerd en bestreden. Volgens dit rapport is er immers een duidelijke connectie tussen hetgeen dat op internet plaatsvindt en de activiteiten 'in real life'.
Nadrukkelijke aandacht verdient de extreemrechtse webhoster “Eigen Volk Eerst” en opvolgers van deze host. Dat een Nederlandse webhoster vanuit discriminerend oogmerk ongestoord zijn gang kan gaan om extreemrechtse websites anoniem hosting te bieden, is onwenselijk. Het verdient aanbeveling om de activiteiten van deze webhoster nader te onderzoeken en te bekijken of hier tegen opgetreden kan worden. Van alle onderzochte categorieën ten slotte, verdienen de nazistische websites en de webfora bijzondere aandacht. Op de nazistische websites en de fora zijn de meeste strafbare uitingen te vinden. Daarbij zijn de nazistische websites het vaakst gelieerd aan activistische en gewelddadige groeperingen. Via webfora wordt het extreemrechtse gedachtegoed uitgedragen en worden radicaliserende jongeren bij extreemrechts binnengehaald. Extra preventie en gerichte aandacht van politie en justitie in deze is wenselijk, bijvoorbeeld door te ‘patrouilleren’ op deze webfora zodat misstanden vroegtijdig kunnen worden gesignaleerd en bestreden.Lees verder: deel 7
Abonneren op:
Posts (Atom)
