Posts tonen met het label Rechtsextremisme Op Het Internet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rechtsextremisme Op Het Internet. Alle posts tonen

maandag 12 oktober 2009

"Springlevend"

In het kader van de beeldvorming heeft het MDI het initiatief genomen om extreemrechtse sites op het internet in kaart te brengen.

Van de nieuwsrubriek van het Meldpunt Discriminatie Internet (29-07-09):

Extreemrechts is springlevend op internet

Dit blijkt uit een onderzoek naar extreemrechts dat het Meldpunt Discriminatie Internet vandaag publiceert. Uitgesproken extreemrechtse websites zijn gemakkelijk te vinden en worden veel bezocht. Ondanks het grote aantal strafbare uitingen, vinden weinig vervolgingen plaats.
Zoals al eerder opgemerkt: het MDI gaat niet over de strafbaarheid van uitingen. Dat bepaalt de rechter. En dat verklaart nu precies de discrepantie tussen het grote aantal 'strafbare' uitingen en het geringe aantal vervolgingen.
Extreemrechtse vrijhavens op het internet leiden een actief bestaan. Websites voorzien de Nederlandse extreemrechtse bewegingen van informatie, bieden een plek voor discussie en worden ingezet om nieuwe aanhang te rekruteren. In 2008 telde het MDI meer dan 100 extreemrechtse websites gericht op de Nederlandse samenleving. Op 50 van deze sites werden strafbare uitingen aangetroffen, in 75% van de gevallen op nazistische sites. De duizenden strafbare uitingen zijn voornamelijk gericht tegen moslims en joden.
Het MDI vergeet er even bij te vertellen dat bijna de helft van die 100 websites inactief is. Die inactieven zijn misschien onder een andere naam verder gegaan. Het MDI overdrijft hier of telt dubbel.
Het internet stelt rechtsextremisten in de gelegenheid hun oude boodschap van haat en onverdraagzaamheid aan een breed publiek aan te bieden. Het internet vergroot de reikwijdte van extreemrechtse organisaties en stelt hen beter in staat vanuit de anonimiteit te opereren. Van de websites waarop strafbare uitingen zijn aangetroffen, heeft 98% maatregelen getroffen de identiteit te verbergen. Deze anonimiteit is een serieus obstakel in de bestrijding van discriminatie op het internet.
De stroper klaagt dat de konijnen zich verstoppen. Zonder die onzinnige heksenvervolging van het MDI zou er waarschijnlijk meer zicht kunnen komen op de eventuele staatsgevaarlijkheid van de websites en de mensen die er achter zitten. Het MDI rijdt de veiligheidsdiensten in de wielen met hun activiteiten. Maar voor het MDI is het politieke doel en het in stand houden van de subsidiestroom belangrijker dan het maatschappelijk nut.
Van de websites uit dit onderzoek zijn 38 gelieerd aan offline groeperingen, waarvan sommige gewelddadig. Geradicaliseerde jongeren wordt via webfora de gelegenheid geboden zich bij extreemrechtse groeperingen aan te sluiten.
Die jongeren zijn dus - blijkbaar - al geradicaliseerd en vinden via webfora een vooralsnog ongevaarlijke uitlaatklep. En dat tracht het MDI bestrijden. Met als gevolg dat ze (nog verder) ondergronds gaan. Mogelijk ziet het Openbaar Ministerie dat ook in en is dit een tweede verklaring voor het geringe aantal vervolgingen.
Het volledige rapport vindt u hier: http://www.magenta.nl/misc/mdi-extreemrechtsonderzoek.pdf
Datzelfde volledige rapport (Rechtsextremisme Op Het Internet) wordt hieronder uitvoerig besproken.

Bespreking rapport: Rechtsextremisme Op Het Internet. Deel 1.

Het MDI heeft een trend bedacht en gaat deze dus onderzoeken.

Deze publicatie betreft een onderzoek naar extreemrechtse websites op het Nederlandse deel van het Internet. Het onderzoek is uitgevoerd door Stichting Magenta, Meldpunt Discriminatie Internet en is mede mogelijk gemaakt door het Ministerie van Justitie en het Ministerie van VROM/WWI
J. Van der Krogt heeft onderzoek gedaan naar rechtsextremisme op het internet
http://www.magenta.nl/misc/mdi-extreemrechtsonderzoek.pdf (pdf alert)
en omdat de resultaten van een dergelijk onderzoek (en vooral de formulering van het een en ander) vaak een aardig inzicht geven in de beweegredenen, de insteek en het politieke agenda van zowel de onderzoeker als de opdrachtgever bespreken we dit onderzoek integraal.

Het rapport begint met een inhoudsopgave en een lijst van afkortingen.

Dan komt de...
Inleiding

Sinds de tweede helft van de jaren negentig ontwikkelt het internet zich in een rap tempo. Voor een ieder die dat wil is het mogelijk om aangesloten te worden op het world wide web. De snelle technische ontwikkelingen zijn sinds de oprichting in 1997 ook van invloed (geweest) op de werkzaamheden van het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI). In de beginjaren ontving het MDI slechts enkele meldingen, de afgelopen jaren lag dat aantal ver boven de duizend. Uit deze meldingen is over de jaren heen een aantal trends waarneembaar. Eén daarvan is een snelle toename van het aantal meldingen van discriminatie op interactief internet, zoals discussiefora en interactieve weblogs. Een tweede trend is een onverminderd hoog aantal strafbare uitingen op extreemrechtse websites. Deze bevinding wordt ondersteund door een recent rapport van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie van de Raad van Europa (ECRI), waaruit blijkt dat in Nederland de voornaamste groei van rechtsextremisme, met name onder jongeren, plaatsvindt in apolitieke bewegingen die informeel, hoofdzakelijk via digitale communicatie-middelen, zijn georganiseerd.
Die eerste trend (een snelle toename van het aantal meldingen van discriminatie op interactief internet) is er niet. Althans de gegevens in het Jaarverslag 2008 van het Meldpunt Discriminatie Internet laten niet één significante trend zien. In datzelfde jaarverslag werd melding gemaakt van de tweede trend (meer strafbare uitingen op extreemrechtse websites). Echter zonder onderbouwing in cijfers. Ook de bovenstaande formulering in dit onderzoek (een onverminderd hoog aantal strafbare uitingen op extreemrechtse websites) geeft geen aanleiding om van een trend te spreken: 'onverminderd hoog' is geen trend. Behalve als het totale aantal meldingen zou dalen. Ook daarvan is geen sprake.

Het MDI heeft een trend bedacht en gaat deze dus onderzoeken.
Deze gegevens hebben het MDI ertoe bewogen onderzoek te doen naar de omvang en de aard van extreemrechts op het Nederlandse deel van het internet, met als focus de discriminerende uitingen op deze websites. Met omvang wordt het aantal extreemrechtse websites bedoeld. De aard verwijst naar de inhoud van deze websites. De inhoud bestaat enerzijds uit karakteristieke ideologische kenmerken en anderzijds uit internet (technische) aspecten. De vaststelling van de ideologische kenmerken was noodzakelijk om te bepalen welke websites als extreemrechts kunnen worden aangemerkt en ook om het aantal te meten. In hoofdstuk 1 ‘Werkwijze: definiëring van ‘extreemrechts’ en selectie van websites’ wordt uitgelegd welke kenmerken zijn onderscheiden en hoe het selectieproces is verlopen. De vraag die centraal staat is: “Wat moet onder extreemrechts worden verstaan?” Gaat het om alleen om neo-nazistische retoriek en symbolen, haat tegen joden en zigeuners? Hoe zit het met haat tegen buitenlanders in het algemeen? En, tellen uitingen zoals een beroep doen op sterk nationalistische sentimenten en het behoud van de Nederlandse cultuur ook mee? Er zijn alleen websites onderzocht die in hun aard kenmerken hebben van extreemrechts.Op websites van algemene aard, zoals hyves.nl of youtube.com, zijn ook veel extreemrechtse uitingen te vinden. Dergelijke websites zijn in dit onderzoek echter buiten beschouwing gelaten, omdat deze op zich geen extreemrechts karakter hebben.
Dat een een site met een gevarieerd aanbod als YouTube niet onderzocht wordt is begrijpelijk. Ook Hyves is zeer divers. Maar Hyves is gestructureerd volgens groepen. En elke groep heeft z'n thema. Mogelijk zijn er extreemrechtse themagroepen op Hyves. Maar de tegenpartij is in ieder geval wél op Hyves aanwezig: http://gegennazis.hyves.nl/

Er is dus geen reden om Hyves buiten het onderzoek te houden. Behalve als Hyves geen themagroepen met een extreemrechts karakter kent. Als uit onderzoek blijkt dat extreemrechts zich niet op Hyves begeeft of daar geweerd wordt, meld dat dan. Maar Hyves buiten het onderzoek houden geeft blijk van weinig kennis van de aard van het medium.

Voor het internet(technische) aspect van de aard van de websites zijn de aangetroffen websites per categorie onderworpen aan de volgende vragen: Hoeveel websites zijn aangetroffen? Komt er strafbaar discriminerende inhoud voor op deze sites? Hoe staan de websites geregistreerd en hoe worden zij gehost? Welke personen en organisaties gaan achter de websites schuil? En, is de site verbonden aan een offline organisatie? Deze vragen veronderstellen een zekere voorkennis, die wordt geboden in de hoofdstukken 2 en 3. Hierna wordt ingegaan wordt op de onderzoeksresultaten.

Hoofdstuk 2 geeft uitleg over de anti-discriminatiebepalingen in het Nederlandse Wetboek van Strafrecht en het functioneren van internet en websites. Vervolgens wordt dieper ingegaan op de internettechnische aspecten van, en de obstakels in, het bestrijden van discriminatie op internet. In hoofdstuk 3 wordt een tweetal belangrijke ontwikkelingen uitgelicht die nauw verwant zijn aan het internet in het algemeen en aan extreemrechts op het internet in het bijzonder; de vervlechting van het online en offline dagelijkse leven en de jongere als fanatiek gebruiker van het internet en doelgroep van extreemrechts.

De hoofdstukken 4 en 5 zijn een weergave van de onderzoeksresultaten. Achtereenvolgend worden de aard en omvang van ‘nazistische’ en ‘klassiek extreemrechtse’ websites geanalyseerd en beschreven. Per categorie wordt aangegeven hoeveel websites zijn aangetroffen, of de inhoud strafbaar is op grond van de Nederlandse antidiscriminatiebepalingen, waar de website wordt gehost, (indien mogelijk) wie achter de website schuil gaan en of er connecties zijn met offline organisaties. In hoofdstuk 6 wordt exclusief aandacht besteed aan het gebruik van fora door extreemrechts. Fora blijken niet alleen bijzonder populair onder deze groep, maar zijn tevens verantwoordelijk voor het grootste deel van het totale aantal strafbare uitingen die in dit onderzoek voorkomen.

Tot slot moet worden opgemerkt dat dit onderzoek enkel de staat beschrijft van de betreffende websites in de periode maart 2008 tot juni 2008. Inmiddels is een aantal websites die in dit onderzoek voorkomt verdwenen, veranderd of verhuisd. Andere inmiddels bij het MDI bekende en relevante websites zijn buiten beschouwing gelaten, omdat die in de onderzoeksperiode (al dan niet tijdelijk) niet online stonden. Ondanks de veranderlijke aard van het internet geeft dit onderzoek een helder overzicht van extreemrechtse websites op het Nederlandse deel van het internet en aanknopingspunten voor een mogelijke aanpak van dit fenomeen.
Het schijnt in de ogen van de onderzoeker een vanzelfsprekendheid te zijn dat 'dit fenomeen' aangepakt dient te worden. Men zou hier een motivering verwachten van de keuze voor een integrale aanpak van 'dit fenomeen' in plaats van de keuze voor het bestrijden van 'strafbare uitingen'.

Het lijkt erop dat de stichting Magenta en het MDI 'extreemrechts' van het internet (en uit de samenleving) willen wegvagen. In Deel 6 van de bespreking van het rapport 'Rechtsextremisme Op Het Internet' zal blijken dat zulks niet het geval is.

Lees verder: deel 2.

Bespreking rapport: Rechtsextremisme Op Het Internet. Deel 2.

Dit onderzoek naar extreemrechts op het internet heeft het onderzoeksgebied door anderen laten afbakenen.

Om extreemrechts in kaart te kunnen brengen (en eventueel aan te kunnen pakken) moet natuurlijk wel bekend zijn wat extreemrechts nu eigenlijk precies is:
Hoofdstuk 1.
Werkwijze: Definiëring van ‘extreemrechts’ en selectie van de websites

Het is niet eenvoudig om extreemrechts te definiëren. Wetenschappers uit diverse disciplines hebben extreemrechts de afgelopen decennia onderzocht, maar er is geen consensus over een eenduidige definitie. Doorgaans wordt een selectie van kenmerken gebruikt die in een bepaalde combinatie extreemrechts typeren. Hierna volgt een kort overzicht van de achtergronden en kenmerken die in verschillende wetenschappelijke literatuur wordt gehanteerd. Daarna volgt de selectie van kenmerken die in dit onderzoek zijn gebruikt om een selectie van websites te maken.

Kenmerken
In dit onderzoek is uitgegaan van een politiek-ideologische benadering. Binnen dit perspectief onderscheiden de politicologen Holsteyn en Mudde een aantal deelbegrippen die extreemrechts typeren: nationalisme, racisme, etnocentrisme, antidemocratisme en het streven naar een sterke staat. De Zwitserse politicoloog en filosoof Altermatt gebruikt vergelijkbare kenmerken: agressief nationalisme en/of etnocentrisme, (biologisch) racisme, antisemitisme, autoritarisme, anti-egalitaire maatschappijopvatting, nadruk op culturele homogeniteit, acceptatie van geweld als middel om sociale en politieke conflicten te beslechten, demagogie en absolutistische aanspraken op de waarheid. Volgens Altermatt zijn dit de vaste bestanddelen van extreemrechts die zich afhankelijk van de context op verschillende wijzen manifesteren. De onderdelen van de definitie zijn echter cumulatief: personen, groepen of websites vallen eenvoudig buiten de definitie vallen indien ze aan één element niet voldoen, maar verder wel alle kenmerken van extreemrechts hebben.
"De onderdelen van de definitie zijn echter cumulatief: personen, groepen of websites vallen eenvoudig buiten de definitie vallen indien ze aan één element niet voldoen, maar verder wel alle kenmerken van extreemrechts hebben."

Vermoedelijk wordt er met deze kromme zin bedoeld dat extreemrechts alleen extreemrechts is als aan alle kenmerken (agressief nationalisme en/of etnocentrisme, (biologisch) racisme, antisemitisme, autoritarisme, anti-egalitaire maatschappijopvatting, nadruk op culturele homogeniteit, acceptatie van geweld als middel om sociale en politieke conflicten te beslechten, demagogie en absolutistische aanspraken op de waarheid) is voldaan. Met een dergelijk rigoreus selectiecriterium blijven er natuurlijk maar weinig websites over om op een lijst te zetten. De onderzoekers hanteren dit criterium dan ook niet.
Onderzoekers van de Anne Frank Stichting bakenen extreemrechts af door gebruik te maken van een onderscheid in twee elementen die extreemrechts typeren, namelijk afkeer van het volksvreemde” en “volksvijandigheid” Het eerste heeft betrekking op cultuurverschillen zoals die door extreemrechts worden ervaren en het tweede op een afkeer van politieke tegenstanders. Deze elementen kunnen op verschillende wijze gestalte krijgen, afhankelijk van verschillend gedachtegoed en de presentatie daarvan. Een goed voorbeeld van zo’n kenmerk is antisemitisme, dat een uiting is van afkeer van het volksvreemde. Lang niet alle sympathisanten van extreemrechts hebben antisemitische opvattingen, maar in combinatie met andere kenmerken kan antisemitisme wel een aanwijzing zijn dat er sprake is van extreemrechts gedachtegoed.
"Het eerste heeft betrekking op cultuurverschillen zoals die door extreemrechts worden ervaren en het tweede op een afkeer van politieke tegenstanders.”

Dus iets is extreemrechts omdat het een extreemrechts sentiment koestert? Dat is geen definitie, maar een cirkelredenering.

En "afkeer van politieke tegenstanders"? Volgens dat criterium is vrijwel het gehele Parlement extreemrechts.

Maar deze nogal dwaze criteria gaan de onderzoekers gelukkig ook niet hanteren.
Uiteindelijk heeft het MDI op basis van eigen ervaring en expertise en op basis van bovenstaande wetenschappelijke literatuur een aantal kenmerken onderscheiden dat is gebruikt voor de selectie van websites. Deze kenmerken zijn: racisme, antisemitisme, homohaat, haat tegen moslims, haat tegen allochtonen, ultra-nationalisme, verwerpen van democratische grondbeginselen en een positieve associatie met het Derde Rijk.
Dit zijn dus de acht kenmerken die het Meldpunt Discriminatie Internet hanteert om te bepalen of een website extreemrechts genoemd kan worden.

Interessant.
Is een website die zich schuldig maakt aan al deze kenmerken behalve antisemitisme extreemrechts? Dat lijkt voor de hand te liggen.

Volgende vraag:
Is een website die zich schuldig maakt aan al deze kenmerken behalve haat tegen moslims en haat tegen allochtonen extreemrechts?
Nog steeds? Of zijn zes van de acht kenmerken niet genoeg? Hoeveel dan wel? Het rapport geeft hierin geen uitsluitsel.

Maar het raakt een pijnlijk punt, want de islam voldoet volledig aan de overige zes kenmerken (racisme, antisemitisme, homohaat, ultra-nationalisme, verwerpen van democratische grondbeginselen en een positieve associatie met het Derde Rijk).

Betekent dit dat we ook een groot aantal islamitische websites in de 'lijst van extreemrechtse websites' zullen gaan aantreffen?

Het formuleren van een achttal kenmerken zou in moeten houden dat alle websites die voldoen aan 3/4 van de kenmerken als extreemrechts gekenschetst kunnen worden.
Dus ook islamitische (en mogelijk ook christelijke of boeddhistische of andere websites die evenveel kenmerken vertonen) kunnen extreemrechts zijn.

Waar het om gaat is: voldoen websites aan de criteria?
En dus niet: voldoen de door het MDI geselecteerde en van rechtsextremisme verdachte websites aan de criteria?

Zijn er islamitische sites te vinden in de lijst van extreemrechtse websites? Nee natuurlijk niet. Het MDI kijkt maar één kant uit, negeert soepeltjes wat er niet in het kraam te pas komt en diskwalificeert daarmee bij voorbaat dit hele 'onderzoek'.

Als er geen reden is om islamitische websites op te nemen in de lijst van extreemrechtse websites (iets waar de onderzoekers blijkbaar van overtuigd zijn) dan is er ook geen reden om extreemrechtse websites die veel, maar niet alle, kenmerken vertonen op die lijst te zetten.
Selectie van websites
Voor de selectie van de websites is gebruik gemaakt van het meldingsarchief van het MDI. Daarnaast is het overzicht van (extreem)rechtse websites van de journalist Joep Dohmen geraadpleegd: een inventarisatie van (extreem)rechtse websites die de afgelopen tien jaar op het Nederlandse deel van het internet voorkwamen.
Het Joep Dohmen overzicht is deze (althans, dit is wat er na wat geknoei in inmiddels verdonkeremaande pdf-files uitgekomen is):

Overzicht van vrijsprekende, rechtse en extreemrechtse websites onderzoek NRC Handelsblad 25 augustus 2007
Een lijstje waar het forum DutchFaithFreedom overigens ook in voorkomt, met als kwalificatie in de kolom 'soort': "radicaal rechtse site, anti-moslim, allochtonenkritisch").

Duns Ouray schreef een column over Joep Dohmen en zijn overzicht op Het Vrije Volk:
NRC steeds verder verstrikt in web van eigen leugens

Deze passage uit de column van Duns Ouray is interessant:
Het NRC verzuimt echter deze groei af te zetten tegen de totale groei van het internet. Er komen dagelijks miljoenen blogs bij. Daar rept de NRC met geen woord over. Als in werkelijkheid de groei van extreemrechtse sites synchroon loopt met de totale groei van het internet, is het immers een non-item. Dat is leugen nummer 1.
Dat is precies wat het Meldpunt Discriminatie Internet ook doet, of liever gezegd niet doet: uit niets blijkt dat er bij het signaleren van de trend (die er overigens helemaal niet is) rekening gehouden wordt met de totale groei van het internet.
Bovendien is gebruik gemaakt van een lijst van websites die ons is aangeleverd door de antifascistische onderzoeksgroep Kafka. Op basis van deze informatie zijn, onder meer door middel van hyperlinks en andere verwijzingen, meer extreemrechtse websites aangetroffen. Tevens is gebruik gemaakt van zoekmachines zoals google.nl. Dit selectieproces heeft geresulteerd in een overzicht van 114 websites. Deze websites zijn onderverdeeld in websites met een nazistisch karakter en websites zonder nazistische elementen, zogenaamd “klassiek extreemrechts”. Van de 114 extreemrechtse websites zijn 59 geclassificeerd als klassiek extreemrechts en 55 als nazistisch.
Dat het aantal geselecteerde websites (114) exact overeenkomt met het aantal soera's in de koran is natuurlijk geheel toeval.

Over de Antifascistische Onderzoeksgroep Kafka meldt Wikipedia:

De Antifascistische Onderzoeksgroep Kafka is een antifascistische en linkse onderzoeksgroep.

De onderzoeksgroep is afkomstig uit de kraakscene. De naam 'Kafka' was oorspronkelijk in gebruik als acroniem voor Kollektief Anti Fascistisch/Kapitalistisch Archief. Kafka doet onderzoek naar zowel groepen als personen in Nederland die door haar als extreemrechts worden beschouwd, en de ontwikkelingen die daarmee samenhangen. De resultaten worden gepubliceerd op de website van Kafka en in het kwartaalblad Alert! van de AFA.

Onderzochte organisaties zijn onder andere Nieuw Rechts, de Moon-sekte, Voorpost en de Nederlandse Volks-Unie.

Kafka ontvangt geen directe subsidie en bestaat bij de gratie van donaties.
Extreemlinks dus.

Nu is iedereen vrij om zelf te bepalen uit welke bronnen hij wil putten, maar men zou twijfels kunnen hebben over de keus voor deze bron en in hoeverre die keuze bijdraagt aan een onbevooroordeeld onderzoek.

Ook de twee andere bronnen hebben namelijk een politieke agenda. Het NRC/Joep Dohmen probeerde in 2007 een aantal niet-linkse vrijsprekerswebsites (om maar eens een pleonasme te gebruiken) in het verdomhoekje van extreemrechts te schuiven. Het Meldpunt Discriminatie Internet werkte mee aan de voorbereiding van het komende showproces tegen Wilders en voert nog steeds een hetze tegen de man (zie het Jaarverslag 2008 van het MDI).

Dit onderzoek naar extreemrechts op het internet heeft het onderzoeksgebied door anderen laten afbakenen.

Lees verder: deel 3

Bespreking rapport: Rechtsextremisme Op Het Internet. Deel 3.

Discriminatie op internet bestaat helemaal niet.

De rapportschrijver is op onderzoek uitgegaan en heeft een causaal verband ontdekt.
Hoofdstuk 2.
Het causale verband tussen strafbare content en anonimiteit op internet.

Het internet is geen vrijplaats voor het doen van discriminerende uitingen. Zowel in het ‘offline’ als het ‘online’ leven wordt van iedereen verwacht, dat hij of zij zich houdt aan de bepalingen van de wet. In die wet staat dat het niet is toegestaan om in het openbaar opzettelijk discriminerende en beledigende opmerkingen te maken over een bevolkingsgroep vanwege hun ras, godsdienst of levensovertuiging, sexuele oriëntatie of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap.7 Op het eerste gezicht lijkt dit een solide toetsingskader, maar het bestrijden van discriminatie op internet is niet zo gemakkelijk als de wet doet vermoeden.

Die moeilijkheid zit enerzijds in de interpretatie van de wet, maar hangt ook voor een belangrijk deel samen met de wijze waarop het internet functioneert. In paragraaf 2.1 ‘Discriminatie op internet is strafbaar’ wordt uitleg gegeven over de anti-discriminatiebepalingen in het Nederlands Wetboek van Strafrecht. Paragraaf 2.2 ‘Websites en internet: hoe werkt het?’ gaat in op het technische aspect van het bestrijden van discriminatie op internet en de obstakels die hiermee gemoeid gaan.

2.1 Discriminatie op internet is strafbaar
Een aantal artikelen in het Wetboek van Strafrecht kunnen van toepassing zijn op de beoordeling van online uitingen op strafbare discriminatie. Om te kunnen bepalen of een uiting op het internet mogelijk strafbaar discriminerend is zijn vooral de artikelen 137c en 137d Sr van belang. Een van de voorwaarden waaraan de uiting moet voldoen, is dat deze in het openbaar wordt gedaan. Op het internet kan men in de meeste gevallen aannemen dat sprake is van openbaarheid.8 Vervolgens moet worden beoordeeld of de uiting (art. 137c Sr) beledigend is voor of (art. 137d Sr) aanzet tot discriminatie van een bevolkingsgroep.
Het is mogelijk juist dat discriminatie op internet strafbaar is. Maar niet volgens art. 137d Sr van het Wetboek van Strafrecht, zoals de schrijver van dit rapport beweert. De opsteller van dit rapport schrijft hierboven immers zelf: "...of (art. 137d Sr) aanzet tot discriminatie van een bevolkingsgroep."

Aanzetten tot discriminatie is immers niet hetzelfde als discrimineren.
We mogen aannemen dat de schrijver kennis genomen heeft van de letterlijke tekst van art. 137d Sr (die staat immers op blz 48 van het rapport).
Art. 137d Sr. 1. Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
We leggen het nog maar eens uit:
Hij (degene die volgens dit artikel bestraft kan worden met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie) kan volgens dit artikel niet bestraft worden omdat hij gehaat heeft, gediscrimineerd heeft of gewelddadig opgetreden is, maar omdat hij heeft aangezet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras etc.

Met andere woorden: een dader (hater, toepasser van discriminatie, geweldpleger) kan volgens dit artikel niet bestraft worden. Iemand die aanzet tot haat, discriminatie of geweld kan volgens dit artikel wél bestraft worden.

Een voorbeeld: Iemand gaat op het internet een campagne voeren met als motto dat alle christelijke scholen alle homoseksuele leerkrachten moeten ontslaan.

Deze uitingen zouden door een rechter als strafbaar aangemerkt kunnen worden. Het is immers 'aanzetten tot discriminatie'.

Maar dat persoon discrimineert niet. Dat persoon zet aan tot discriminatie. Een schoolbestuur dat een homoseksuele leerkracht op grond van zijn of haar seksuele voorkeur ontslaat, discrimineert wél. Dat is mogelijk strafbaar, maar niet door het in art. 137d Sr bepaalde. Want art. 137d Sr gaat over uitingen.

Discriminatie op internet bestaat dan ook helemaal niet. Want op internet kan men geen discriminerende handelingen (zoals in dit voorbeeld: ontslag op grond van seksuele geaardheid) uitvoeren.

Dat is een pijnlijk gegeven, want het MDI heeft aan dit niet-bestaande fenomeen zijn naam ontleend.

Met enige moeite zou er toch een geval van discriminatie op het internet gevonden kunnen worden:













Dit plaatje komt uit het rapport dat hier besproken wordt (blz. 40) en toont de toetredingsvoorwaarden van het forum van '14power88', een beweging die in het rapport als nazistisch wordt omschreven (het 14power88-forum schijnt overigens volgens het rapport inactief te zijn).

De getoonde toetredingsvoorwaarden discrimineren. Dus dat zou discriminatie op het internet kunnen zijn. Er is echter geen enkele manier om te controleren of een aspirant-forumlid aan de genoemde voorwaarden voldoet. Iedereen kan toetreden. Die 'toetredingsvoorwaarden' zijn een wassen neus. Het lijstje voorwaarden heeft voornamelijk als doel duidelijk te maken waar het forum voor staat en vooral: waar het tegen is. Het is een soort uithangbord. Van daadwerkelijke discriminatie is geen sprake.


Maar kijk eens wat er vervolgens gebeurt: de schrijvers van dit rapport gaan op slinkse wijze van de juiste formulering 'aanzetten tot discriminatie' over op het onjuiste gebruik van de termen 'discrimineren/discriminerend/discriminatie'. Die formulering blijft in het vervolg van het rapport gehandhaafd.

Het is echter niet altijd eenvoudig te bepalen of een uiting beledigend of discriminerend is in de zin van de wet. Iedere uiting is uniek, zowel in woordelijke vorm als de context waarin de uiting is geplaatst. Uitingen die in het kader van een maatschappelijk debat worden gedaan, mogen bijvoorbeeld verder gaan dan uitingen die buiten deze context vallen. De uniciteit van uitingen brengt met zich mee dat er nog geen rechterlijke toetsing van de uiting heeft plaatsgevonden. Om die reden moet bij iedere uiting opnieuw de afweging worden gemaakt of het gaat om strafbare belediging en / of discriminatie.

Een andere factor die het bestrijden van discriminatie op internet bemoeilijkt, maar van een geheel andere orde, is de openbaarmaking van discriminerende uitlatingen (artikel 137e Sr). Dit artikel biedt de mogelijkheid om eigenaren en beheerders van websites aansprakelijk te stellen voor de uitingen die op hun website zijn geplaatst, ook als de uitingen door anderen zijn gedaan. De uitingen worden immers via hun website openbaar en ook dat is strafbaar gesteld. Wie de persoon achter een website is, is vaak onbekend. Ook wanneer de gegevens wel bekend zijn, is vervolging niet altijd mogelijk. Voordat dieper op dit probleem kan worden ingegaan, is het noodzakelijk om uitleg te geven over de wijze waarop websites worden geregistreerd.
Artikel 137e gaat ook alleen maar over het openbaar maken van uitingen die aanzetten tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden. En niet over discriminatie:
art. 137e.
1. Hij die, anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving:

1.een uitlating openbaar maakt die, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, voor een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap beledigend is, of aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap;

2.een voorwerp waarin, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, zulk een uitlating is vervat, aan iemand, anders dan op diens verzoek, doet toekomen, dan wel verspreidt of ter openbaarmaking van die uitlating of verspreiding in voorraad heeft; wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Lees verder: deel 4

Bespreking rapport: Rechtsextremisme Op Het Internet. Deel 4.

Het bestrijden van niet-bestaande fenomenen is altijd lastig.

In de paragrafen 2.2 t/m 2.2.3 worden wat technische details over de anonimiteit van websitebeheerders uit de doeken gedaan teneinde "het causale verband tussen strafbare content en anonimiteit op internet" verder aan te tonen.

Het causale verband tussen de achtervolging door organisaties zoals het MDI en anonimiteit op internet wordt niet gelegd. Het nut en de legitimiteit van de uitingsjagers wordt als vanzelfsprekend aangenomen. Ook de vraag of het achtervolgingsbeleid niet leidt tot meer anonimiteit en of meer anonimiteit niet leidt tot meer ongewenste uitingen, wordt niet gesteld.

De registratie- en webhostingproblematiek is niet bijzonder interessant, we verwijzen de geïnteresseerden naar het rapport (pdf), en we beperken ons tot de conclusie.
Conclusie
Iedere uiting op het internet is uniek in woord en context. Deze uniciteit maakt dat bij elke uiting opnieuw de afweging moet worden gemaakt of het al dan niet gaat om strafbare discriminatie. Als wordt vastgesteld dat sprake is van discriminatie, dan kunnen politie en OM een onderzoek en vervolging instellen. Dit is vaak niet gemakkelijk omdat beheerders van websites met strafbare content, zoals klassiek extreemrechtse en nazistische websites, hun identiteit doelbewust verbergen. Beheerders hoeven hier weinig moeite voor te doen. Vanuit de voor registratie verantwoordelijke instanties wordt amper toezicht gehouden op de juistheid van de gegevens. In sommige gevallen wordt anonieme registratie zelfs gestimuleerd. Een andere technische oplossing die veel wordt gebruikt, is hosting in het buitenland. In dit onderzoek bleek slechts 6% van de websites met strafbare content in Nederland te worden gehost. Het gemak waarmee anonimiteit of hosting in het buitenland kan worden verkregen is een serieus obstakel in het bestrijden van discriminatie op et internet.
Het bestrijden van niet-bestaande fenomenen is altijd lastig. De onderzoekers bedoelen waarschijnlijk te zeggen dat website-beheerders die zich geanonimiseerd hebben, zich niet zo gemakkelijk laten intimideren door het MDI.

Het motief voor die vlucht in de anonimiteit is er niet alleen maar een om lekker ongestoord stoute uitingen te kunnen publiceren, maar is een gevolg van de ondeskundigheid en het intimiderende, onredelijke en onfatsoenlijke gedrag van het Meldpunt Discriminatie Internet. De belangrijkste reden om de anonimiteit op te zoeken is echter dat websitebeheerders een juridische veldslag met een Meldpunt dat op kosten van de belastingbetaler eindeloos kan doorprocederen zoveel mogelijk trachten te vermijden.

Lees verder: deel 5

Bespreking rapport: Rechtsextremisme Op Het Internet. Deel 5.

Liever op internet dan op straat..

Hoofdstuk 3.
De symbiotische relatie tussen het online en offline leven

Tussen 2002 en 2007 is het aantal huishoudens met toegang tot internet met 20% gestegen. Met name jongeren zijn fervente gebruikers. Naast het opzoeken van informatie en e-mailen, gebruikt meer dan de helft van de jongeren het internet ook voor activiteiten als chatten, telefoneren en / of het delen van muziek en films. Het gebruik van internet neemt toe en daarmee ook de invloed van het internet op het dagelijkse leven. De verwevenheid van het online en offline leven in het algemeen wordt behandeld in paragraaf 3.1 en gespecificeerd naar de websites van onderzoek in paragraaf 3.2.

3.1 De jeugd van tegenwoordig
Het offline leven staat in internetjargon ook wel bekend als ‘In real life’ (IRL). Deze term suggereert een verschil tussen het leven op en buiten internet. Dit is tot op zekere hoogte correct. Denk bijvoorbeeld aan een forum, zoals fok.nl. Hierop kan een gebruiker zich gemakkelijk anders voordoen dan hij of zij is, of zelfs een andere identiteit aannemen. Anders beschouwd is het online leven onderdeel van het offline leven. Voor de jongeren van tegenwoordig is het online leven immers net zo vanzelfsprekend als het leven daarbuiten. Vrienden maak je en ontmoet je zowel op school als op het internet. Die verwevenheid van het internet met het dagelijkse leven heeft echter ook een keerzijde. Voor extremistische organisaties is dit medium een veel gebruikt middel om de eigen ideeën te verspreiden en potentiële volgelingen te rekruteren. Recent onderzoek naar de radicalisering van een groep jongeren in Almere, illustreert dit gegeven. Deze groep jongeren is veroordeeld tot gevangenisstraffen wegens een reeks aan bedreigingen en mishandelingen. Zo hebben zij geprobeerd brand te stichten in onder meer een synagoge en een islamitische school. Het onderzoek toonde aan dat een deel van de plannen bervooral ingegeven door informatie die zij hadden verkregen via het internet. De jongeren waren actief op fora, lazen nationaal socialistische boeken en over ‘bewijs’ dat de holocaust nooit heeft plaatsgevonden. Uiteindelijk bleek dat de extreemrechtse organisatie Voorpost de groep jongeren gerekruteerd had, onder andere via de website van Voorpost.
Vermoedelijk wordt met de geradicaliseerde groep jongeren in Almere het volgende incident bedoeld. De schrijver van dit artikel van de wereldomroep hoorde de laarzen al stampen en de oorzaak van deze angstaanjagende trend was maar weer eens de toon:

Extreem rechts steeds gewelddadiger
...
Maar er zijn meer oorzaken, denkt Meindert Fennema, politicoloog van de Universiteit van Amsterdam: "De toon van het politieke klimaat in Nederland is een stuk agressiever geworden. En als het normale debat harder wordt dan wordt het aan de randen ook harder. Vuisten veranderen in knuppels en knuppels in pistolen."
...
Inmiddels zijn we twee jaar verder en komt extreemrechts alleen nog maar in het nieuws als een bijeenkomst of demonstratie van extreemrechtse elementen verstoord wordt door extreemlinkse elementen.

3.2 Websites van offline organisaties

In dit onderzoek naar extreemrechts op internet komen meerdere websites voor waarbij een organisatie betrokken is die ook buiten het internet activiteiten ontplooit. In totaal gaat het om 38 websites. De organisaties variëren van stichtingen en verenigingen tot muziekgezelschap en actiegroepen. Deze clubs zijn voor hun voortbestaan dus niet volledig afhankelijk van de website.

In de categorie nazistische websites, komen meer connecties met een offline organisatie voor dan in de categorie klassiek extreemrechts. 38% van de nazistische websites zijn van organisaties die zich ook buiten het internet manifesteren. Dit betreft onder meer een aantal fora van het Blood & Honour netwerk, de website van de Nederlandse Volksunie en van de Nieuwe Nationale Eenheid. Bij de klassiek extreemrechtse websites komen minder (29%) connecties met een offline organisatie voor. De organisaties betreffen onder meer muziekgezelschappen en het postorderbedrijf Fenris.

Het is opvallend dat het percentage websites dat verbonden is aan offline organisaties in beide categorieën dicht bij elkaar ligt. Het percentage van de categorie klassiek extreemrechts is kleiner. Dit heeft te maken met het grote aantal inactieve websites binnen deze categorie. Met inactief wordt bedoeld dat de websites nog wel bestaan, maar dat de organisaties achter de websites inmiddels zijn opgeheven, dat de personen zijn overleden of gebruik wordt gemaakt van een nieuwe website en de oude is blijven bestaan.

Van de 114 websites die dit onderzoek telt, zijn 51 inactief. Maar liefst 42 van deze inactieve sites worden gehost bij gratis providers. De resterende 9 maken veelal deel uit van grotere en internationaal georiënteerde websites. Een voorbeeld is de website van het nazistische European National Front. Het op Nederland gerichte deel is niet meer actief, de Griekse sectie daarentegen wel. Van de 51 inactieve websites bevatten 21 strafbare inhoud. Het gevolg van het voortbestaan van deze inactieve websites is dat de discriminerende beledigingen blijven staan. Alhoewel de website in onbruik is geraakt, kunnen internetgebruikers toch onbedoeld en ongewild stuiten op deze uitingen. Het intypen van een bepaalde woordencombinatie in een zoekmachine, kan een internetgebruiker eenvoudig naar een dergelijke website leiden.
Zo eenvoudig om ongewild op een 'foute' website terecht te komen als de schrijver van dit rapport het het wil doen voorkomen, is het natuurlijk niet. Een zoekmachine laat nooit één, maar altijd een aantal sites zien als resultaat van een zoekopdracht. Aan de volledige naam van de site en de begeleidende informatie die de zoekmachine verstrekt is over het algemeen goed te zien wat voor een website het is. De argeloze internetgebruiker moet dus twee handelingen verrichten om op een onbedoelde website te belanden. En dan nog: de internetgebruiker kan onmiddellijk wegklikken of een stap terug gaan zodra hij zijn vergissing bemerkt. Bovendien: wat zegt het dat de website in onbruik geraakt is? Kan dat niet een teken zijn dat het op de website gepropageerde gedachtegoed niet meer leeft?

De kans dat er leed aangericht wordt door de aanwezigheid van dit soort 'dode' websites is te verwaarlozen.
Toch worden de inactieven gretig meegeteld in het rapport.
Begrijpelijk, want een 'lijst van 114' klinkt beter dan een 'lijst van 63'..

Conclusie
Het internet kan een behoorlijke impact hebben op het dagelijkse leven en niet altijd in positieve zin. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het onderzoek naar de groep geradicaliseerde jongeren in Almere, die gerekruteerd werden via het internet door een extreemrechtse organisatie. Websites die worden gebruikt als middel om medestanders voor offline organisaties te rekruteren zijn echter in de minderheid. De cijfers in paragraaf 3.2 tonen aan dat gemiddeld een derde van de klassiek extreemrechtse en nazistische websites worden ondersteund door offline organisaties zoals Voorpost en de Nederlandse Volks Unie (NVU). Van de websites die in dit onderzoek voorkomen, is 33% verbonden aan een offline organisatie.
Het kan zeker geen kwaad om extreemrechtse bewegingen en radicaliserende jongeren blijvend in het oog te houden. Maar er is veel voor te zeggen om dat werk te verrichten zonder er enige ruchtbaarheid aan te geven. Als er incidenten voorkomen heeft dat nieuwswaarde en moet er zeker over gepubliceerd worden, al is het maar om de bevolking waakzaam te houden. Een rapport als dit met een lijst websites heeft geen enkel nut. De 'vijand' weet immers heel goed dat ze geviseerd worden, dus het is bijzonder onwaarschijnlijk dat er waardevolle informatie, informatie die gebruikt kan worden om incidenten te voorkomen, op websites aangetroffen zal worden.

De publicatie van dit rapport en daarmee de lijst van 114 dient alleen maar om het te doen voorkomen dat extreemrechts wat meer is dan een marginaal verschijnsel en om daarmee het Meldpunt Discriminatie Internet van een bestaansreden te voorzien.

"Extreemrechts is springlevend op internet" meldde het Meldpunt triomfantelijk op de website. Voor de één is dat een beangstigend bericht, een ander zal denken: "liever op internet dan op straat"..

Leesverder: deel 5a

Bespreking rapport: Rechtsextremisme Op Het Internet. Deel 5a.

'Extreemrechts' is een geschenk voor links.

De motivatie van het MDI om het rapport "Rechtsextremisme op het internet" samen te laten stellen is een politieke.
Door aan te tonen dat extreemrechts op het internet 'springlevend' is tracht het MDI te suggereren dat Nederland verrechtst en niet alleen verrechtst, maar ook op een gevaarlijke manier verrechtst. Dat Nederland verrechtst is gezien de opniniepeilingen juist. Het is een feit dat steeds meer kiezers in gaan zien dat de linkse politiek niet werkt, maar met extreemrechts heeft dat niets te maken. Toch zal links onophoudelijk trachten die associatie te propageren. Voor links zijn de 'extreemrechtse' ('nazistisch en/of extreemnationalistisch' is een betere benaming) organisaties een geschenk. Als deze 'extreemrechtse' groeperingen er niet waren geweest zou het immers voor links onmogelijk zijn om hun tegenstanders in de extreemrechtse hoek te drukken: die hoek zou namelijk niet bestaan.

Hieronder een artikel op de site "Monitor Racisme & Extremisme". Een site van de Anne Frank Stichting.

Toen, in 2003, werd getracht om de Lijst Pim Fortuyn (LPF) in het extreemrechtse beerputje te laten verdwijnen.

In de eerste, vetgedrukte alinea wordt de LPF met extreemrechts geassocieerd en extreemrechts met de LPF. Vervolgens, in de rest van het artikel, blijkt dat die koppeling helemaal niet gemaakt kan worden en dat extreemrechts niet opbloeit door of na de opkomst en ondergang van Fortuyn. Het is een tendentieus onzinartikel. Maar het artikel volgt een methode die tot op de dag van vandaag door links gebruikt wordt om hun tegenstanders in een kwaad daglicht te stellen. Handig maken zij gebruik van het bestaan van 'extreemrechts'.

Kroniek extreemrechts 1945-2003

Rechtsextremisme en de Fortuyn-revolte


De moord op Pim Fortuyn, 6 mei 2002, en de opmars van de Lijst Pim Fortuyn (LPF) en de Leefbaar-stroming hebben een belangrijke aantrekkingskracht uitgeoefend op extreemrechts in Nederland. Het at your service is in diverse extreemrechtse milieus breed en krachtig aangeslagen. Ook buiten Nederland, zoals bij het Vlaams Blok, was de positieve identificatie waarneembaar.

Het is niet altijd even duidelijk waardoor men zich precies voelt (voelde) aangetrokken: door de denkbeelden van Fortuyn, diens provocatieve optreden, dan wel zijn afkeer van 'de linkse kerk'? Of was het de afschuw over de politieke moord die zijn aanhang deed groeien? Zo goed als zeker heeft Fortuyns afkeer van de islam, evenals zijn strijd tegen het politiek correcte denken en zijn pleidooi voor verruiming van de uitingsvrijheden (die te zeer zouden zijn beperkt omwille van de discriminatiebestrijding) bijgedragen aan die groei.

Overlap
Bij de totstandkoming van zowel Leefbaar Nederland als ook de Lijst Pim Fortuyn hebben voor zover valt na te gaan, personen uit extreemrechtse kringen niet of nauwelijks een rol gespeeld. Met name bij de oprichting van de LPF zijn er wel pogingen ondernomen om zich actief te mengen en zich aan te sluiten, doch deze pogingen zijn mislukt. Wel hebben extreemrechtse kringen de LPF geholpen bij het verkrijgen van voldoende ondersteuningsverklaringen voor verkiezingsdeelname. Op een totaal van meer dan 570 ondersteunende handtekeningen in alle kieskringen tezamen, waren tenminste twintig handtekeningen van personen met een bekend extreemrechts verleden. Getalsmatig zijn de personele overlappingen tussen extreemrechts en de Fortuyn-stroming bescheiden te noemen. Eén van de verklaringen daarvoor is ongetwijfeld het feit geweest dat bekende rechtsextremisten bij Leefbaar Nederland en incidenteel doch niet structureel ook bij de LPF zijn geweerd.

Dreigcultuur
Na de moord op Pim Fortuyn is Nederland overspoeld met politieke bedreigingen tegen alles wat links is. Er is wel gesproken van een dreigcultuur die zou zijn ontstaan, waarbij vooral internet als podium kan worden aangemerkt. Extreemrechtse webfora als Polinco en Stormfront hebben zich dan ook niet onbetuigd gelaten. Het gaat daarbij niet alleen om discriminerende en racistische uitingen, maar meer en meer ook om uitingen waarbij politiek en racistisch geweld worden gerechtvaardigd of zelfs aangemoedigd. Extreemrechtse politieke formaties hebben vooralsnog – electoraal – niet kunnen profiteren van de Fortuyn-revolte.

Lees verder: deel 6

Bespreking rapport: Rechtsextremisme Op Het Internet. Deel 6.

Het negende kenmerk.

Het rapport "Rechtsextremisme op het internet" wordt er niet spannender op, naarmate we verder lezen.

In hoofstuk 4, 5 en 6 komen respectievelijk "nazistische websites", "klassiek extreemrechtse websites" en "de fora" aan de orde, waarbij tientallen sites met naam genoemd en behandeld worden. Zo af en toe worden de nogal saaie gegevens geïllustreerd met citaten of plaatjes (in het pdf-file).

Conclusie en aanbevelingen In dit onderzoek is extreemrechts op het internet in kaart gebracht. In de eerste plaats is geïnventariseerd hoeveel extreemrechtse websites op het Nederlandse deel van het internet voorkwamen in de periode maart tot juni 2008. Vervolgens is onderzoek gedaan naar de inhoud van de geselecteerde websites, waarbij in het bijzonder aandacht is besteed aan het al dan niet voorkomen van strafbaar discriminerende uitingen. Daarbij zijn websites als Hyves en Youtube, die op zichzelf niet als extreemrechts gekenmerkt konden worden, maar wel strafbaar discriminerende uitingen bevatten, buiten beschouwing gelaten.

Het bleek niet eenvoudig de grenzen te bepalen van een definitie van ‘extreemrechts’. Uiteindelijk is gekozen voor een benadering waarin zoveel mogelijk recht werd gedaan aan de grote verscheidenheid aan websites die onder deze noemer geplaatst kunnen worden. Op basis van een politiek-ideologische benadering zijn de websites gerangschikt binnen de categorie nazistisch en klassiek extreemrechts.
Uit deze alinea wordt klaarhelder duidelijk voor welke bijzonder onwetenschappelijke benadering is gekozen. Er werden een aantal websites aangeleverd (door Kafka en het MDI) die door hetzelfde Kafka en hetzelfde MDI het label 'extreemrechts' hadden meegekregen en vervolgens werden er een aantal kenmerken geselecteerd die de aangeleverde websites min of meer gemeenschappelijk hadden. Websites die aan een aantal van die kenmerken voldeden waren dus extreemrechts.

Het kan geen verrassing zijn dat een groot aantal van de aangeleverde websites als extreemrechts uit de bus kwam.

Deze volkomen absurde werkwijze ligt ten grondslag aan het onderzoek naar extreemrechts op het internet!

Vervolgens werd er helemaal niet gekeken of er misschien andere dan de aangeleverde websites aan de criteria voldeden. Dat zou immers het hele onderzoek op losse schroeven zetten en overduidelijk aantonen dat er volkomen subjectieve criteria zijn toegepast. Niet bij het formuleren van de kenmerken, maar bij het samenstellen van de lijst.

De vraag of er misschien nog meer websites zijn die aan de kenmerken voldoen wordt door de onderzoeker niet gesteld.
Met opzet niet. Want dan zou het verborgen criterium aan het licht komen.

Er is namelijk één kenmerk verzwegen waaraan een website moet voldoen om als extreemrechts gekwalificeerd te kunnen worden in dit onderzoek.
Dat ene kenmerk is essentieel: zonder dit kenmerk is een website volgens dit onderzoek niet extreemrechts.

Dit verzwegen kenmerk, het negende kenmerk, is: "wordt door (extreem)links als extreemrechts gedefinieerd".

Maar het is een gegeven dat er mensen met minder frisse denkbeelden rondlopen en dat die mensen zich op internet begeven en websites maken.
Die, als extreemrechts aangeduide, mensen heeft links nodig. Links heeft ze nodig en maakt lijstjes van hun organisaties.
Links brengt nauwkeurig die groep - een groep waar niemand bij wil horen behalve de groepsleden - in kaart en geeft ze een naam: extreemrechts.
Vervolgens kan links iedereen die niet links genoeg is demoniseren door ze het extreemrechts etiket op te plakken.

Vervolgens is gekeken naar een aantal factoren: het aantal strafbare uitingen, de connecties met organisaties die buiten het internet actief zijn en de manier waarop de website is geregistreerd. Het blijkt dat veruit de meeste strafbare uitingen voorkomen op websites met een nazistische inslag, 75% tegenover 15% bij klassiek extreemrechts. Daar komt bij dat juist bij de websites met een nazistische ideologie, de registratie-gegevens niet zijn te achterhalen. Dat hier sprake is van een causaal verband lijdt geen twijfel. Zeer opvallend is het bestaan van de extreemrechtse webhoster “Eigen Volk Eerst”, die een aantal grote en kleinere extreemrechtse Nederlandse websites van anonieme webhosting voorziet.
Als er een causaal verband bestaat, is dit er één tussen het vervolgingsbeleid van onder andere het MDI en de vlucht in de anonimiteit.
Dat websites met een nazistische inslag meer op de huid worden gezeten door het MDI dan andere websites is mogelijk en zelfs waarschijnlijk.
Dus het MDI is de essentiële schakel die de anonieme webhosting veroorzaakt.

Van de onderzochte nazistische websites, heeft 38% een direct herleidbare offline connectie. Dat is hoger dan bij de klassiek extreemrechtse websites, waar 29% een offline connectie heeft. Bij de nazistische websites gaat het om activistische en soms gewelddadige organisaties zoals Blood and Honour. Bij de klassiek extreemrechtse websites gaat het om connecties met onder meer de Gelderse Centrum Democraten, de actiegroep Voorpost en het populaire forum Holland Hardcore, dat zelf bijeenkomsten organiseert. Aan 68% van de onderzochte websites is niet direct een offline organisatie verbonden. Ook is bekend dat extreemrechtse offline acties vaak geïnspireerd en georganiseerd worden op het internet. Daarmee blijft de invloed van deze websites vaak niet beperkt tot het virtuele domein.

In dit onderzoek is een apart hoofdstuk opgenomen over extreemrechtse webfora. Binnen extreemrechts op het internet, blijken webfora het communicatiemiddel bij uitstek. Ze worden gebruikt voor onderlinge discussies, het ronselen van nieuwe leden, het plannen van acties en het verspreiden van extreemrechts gedachtegoed. Veel van deze fora zijn volledig openbaar. Bovendien zijn ze verantwoordelijk voor veruit de meeste strafbare uitingen die in dit onderzoek zijn aangetroffen. De belangrijkste op Nederland gerichte fora, zijn Stormfront en Holland Hardcore.

Extreemrechts is op het internet springlevend en daar lijkt voorlopig geen einde aan te komen. Het hoge aantal strafbare uitingen op websites met een nazistisch karakter is zorgwekkend. Het blijkt dat het overgrote deel van de websites met strafbare discriminerende uitingen anoniem worden gehost. Het gegeven dat website eigenaren die verantwoordelijk zijn voor strafbare discriminerende uitingen, niet aangesproken kunnen worden op hun gedrag, is een serieus obstakel in de strijd tegen online racisme en discriminatie. Vooralsnog is het onmogelijk om deze anonimiteit op te heffen, maar mocht hier een manier voor gevonden worden, dan zou dit zeer effectief kunnen zijn, onder meer voor het werk van het MDI. Aan de andere kant is gebleken uit recent onderzoek van politie en justitie naar Holland Hardcore en Stormfront, dat anonimiteit een succesvol onderzoek niet noodzakelijkerwijs onmogelijk maakt. Vermoedelijk heeft een succesvolle strafvervolging van dit type webfora een belangrijk positief effect, omdat het duidelijk maakt dat anonieme webhosting geen strafrechtelijke immuniteit garandeert.
De stellige bewering dat extreemrechts is op het internet springlevend is en dat daar voorlopig geen einde aan lijkt te komen blijkt niet uit het onderzoek. Dat kan ook niet, want het onderzoek is gebaseerd op een momentopname van de activiteiten op en van een aantal websites in een bepaalde periode in 2008. En aan een (één) momentopname is geen trend af te lezen. Aan één foto van een auto kun je immers ook niet zien of de auto achteruit of vooruit rijdt. Of stilstaat..

Het Meldpunt Discriminatie Internet dat zich tot doel gesteld heeft om het internet te zuiveren van onwelgevallige uitingen zou er inderdaad baat bij hebben als de anonimiteit opgeheven zou kunnen worden, maar helaas heeft de samenleving daar geen baat bij. Dat maakt de volgende alinea van het rapport duidelijk. Het opschonen van het internet maakt het politie en justitie onmogelijk te ‘patrouilleren’ op websites en webfora zodat misstanden vroegtijdig kunnen worden gesignaleerd en bestreden. Volgens dit rapport is er immers een duidelijke connectie tussen hetgeen dat op internet plaatsvindt en de activiteiten 'in real life'.

Nadrukkelijke aandacht verdient de extreemrechtse webhoster “Eigen Volk Eerst” en opvolgers van deze host. Dat een Nederlandse webhoster vanuit discriminerend oogmerk ongestoord zijn gang kan gaan om extreemrechtse websites anoniem hosting te bieden, is onwenselijk. Het verdient aanbeveling om de activiteiten van deze webhoster nader te onderzoeken en te bekijken of hier tegen opgetreden kan worden. Van alle onderzochte categorieën ten slotte, verdienen de nazistische websites en de webfora bijzondere aandacht. Op de nazistische websites en de fora zijn de meeste strafbare uitingen te vinden. Daarbij zijn de nazistische websites het vaakst gelieerd aan activistische en gewelddadige groeperingen. Via webfora wordt het extreemrechtse gedachtegoed uitgedragen en worden radicaliserende jongeren bij extreemrechts binnengehaald. Extra preventie en gerichte aandacht van politie en justitie in deze is wenselijk, bijvoorbeeld door te ‘patrouilleren’ op deze webfora zodat misstanden vroegtijdig kunnen worden gesignaleerd en bestreden.
Lees verder: deel 7

Bespreking rapport: Rechtsextremisme Op Het Internet. Deel 7 (slot).

Q & A.

Wie? Wat? Waar? Hoe? Waarom? Wanneer?

Die nogal simpele vragen kunnen we natuurlijk maar beter niet stellen bij het rapport "Rechtsextremisme Op Het Internet".
Toch moeten we, om aan te tonen dat dit rapport geen rapport maar een pamflet is, deze vragen stellen en beantwoorden.

Laten we beginnen met de vraag die nog een enigszins postief antwoord oplevert:

Wat?
Het onderzoek heeft een lijstje websites opgeleverd.
114 websites waarop nazistische en extreem-nationalistische uitingen te vinden zijn. In het onderzoek worden deze websites extreemrechts genoemd, en hoe ze ook genoemd worden, de websites zijn er. Of waren er op het moment dat het onderzoek plaats vond. Het is een concreet resultaat van het onderzoek. Een concreet resultaat waar - met uitzondering van de vermelding van inactieve websites - weinig op af te dingen valt.

Hoe?
De onderzoeker kreeg van het Meldpunt Discriminatie Internet en de linkse Antifascistische Onderzoeksgroep Kafka een mandje websites aangereikt, voegde daar wellicht nog enkele websites uit het lijstje van de NRC bij, analyseerde die websites, stelde een achttal kenmerken vast, kwam tot de conclusie dat veel van de exreem rechtse websites extreem rechts waren, rommelde nog wat met begrippen zodat 'aanzetten tot discriminatie' geruisloos identiek werd aan 'discriminatie' (zodat het MDI, bestaansrecht denkt te kunnen claimen), kwam tot een lijstje van maar liefst 114 extreem rechtse websites en dat was dan het rapport van het MDI. Het MDI dat het rapport vervolgens, in plaats van het aan de veiligheidsdiensten door te spelen, daar publiceerde waar het beslist niet thuis hoort: op het internet.

Waar?
De biotoop is het internet. Binnen deze biotoop is echter slechts één niche (marktsegment) onderzocht. De vraag of er binnen de biotoop nog andere niches voorkomen die dezelfde kenmerken vertonen als de niche 'extreem rechts' is door de onderzoeker niet gesteld.

Waarom?
Er zijn bewegingen en personen die zich aangetrokken voelen tot het nazistische en extreem-nationalistische gedachtegoed en zich profileren op het internet. Dat valt niet te ontkennen. Hoe die groepen ook genoemd worden: extreem rechts of anders. Ze bestaan en het verdient aanbeveling om deze groepen in de gaten te houden en zo nodig in te grijpen.

De als extreem rechts aangeduide bewegingen worden echter ook geëxploiteerd: er wordt extra aandacht op ze gevestigd, bijvoorbeeld door het publiceren van een rapport als dit, teneinde het publiek ervan te doordringen dat 'extreemrechts' bestaat, in de bewoording van het MDI 'springlevend' is, en gevaarlijk is. 'Extreemrechts' dient vooral in het collectieve geheugen van het Nederlandse volk springlevend te blijven.

Wanneer?
Dat was de eerste stap in een geplande propagandaoorlog die zich niet lang na de publicatie van dit rapport ging voltrekken. De extreemrechtse kuil was gegraven. Nu was het nog zaak om de politieke tegenstander er in te duwen.

De vervolgstap was het daadwerkelijk associëren van de politieke tegenstander met 'extreem rechts'.

De eerste die 'extreem rechts' exploiteerde om de opponent in de foute kuil te kunnen duwen was Guusje ter Horst, de minister van Binnenlandse Zaken, in een interview met Vrij Nederland:

Guusje ter Horst: 'Een opstand van de elite is hard nodig'
...
U heeft niets tegen Wilders persoonlijk, zegt u. Ook niet tegen zijn partij. Wél tegen de mentaliteit die erachter zit: scheldpartijen tegen de moslims, kankeren op de overheid.

'Waar ik op dit moment naar snak is dat de intellectuele elite van Nederland in opstand komt. Dat er een tegenbeweging op gang komt van mensen die zeggen: we hebben genoeg van de vergroving, de samenleving die extreem rechts propageert is niet het Nederland waarin wij willen leven. Hun stem hoor ik te weinig.'
...
Het actualiteitenprogramma NOVA ging op die weg voort. Ze dachten beet te hebben met de ontmaskering van Ruud Sablerolle (PVV-coördinator was betrokken bij Nieuw Rechts)

UPDATE:

Er is een derde vervolgstap gezet in de georkestreerde actie 'Zet Geert Wilders in de extreemrechtse hoek':

‘Wilders ondermijnt democratie’
Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg
Gepubliceerd op 31 oktober 2009 00:00, bijgewerkt op 21:04


AMSTERDAM -
De PVV van Geert Wilders is een extreem-rechtse partij die islamofobie en systeemhaat tegen de overheid mobiliseert. Daarmee ondermijnt zij de sociale cohesie en de democratie in het land. Dat stellen drie wetenschappers in een aan de Tweede Kamer beloofd onderzoek over radicalisering, dat in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken is uitgevoerd .

Het ministerie wil volgens bronnen dat deze conclusies worden afgezwakt wegens ‘politieke gevoeligheid’. De wetenschappers – radicaliseringsonderzoeker Hans Moors, hoogleraar (contra-)terrorisme Bob de Graaff en extreemrechtsdeskundige Jaap van Donselaar) houden echter voet bij stuk.

Een woordvoerder van Binnenlandse Zaken zegt dat ‘discussies over het rapport nog lopen’, maar dat er ‘pertinent geen sprake is van onenigheid’. Onderzoeker Moors wil weinig kwijt, maar beaamt wel dat onderdelen, zoals de kwalificatie extreem-rechts, ‘gevoelig liggen’. ‘De minister moet haar standpunt bepalen op grond van ons stuk. Zij kan zeggen: die Van Donselaar, De Graaff en Moors zijn zo gek als een deur. Maar ze mag niet aan ons onderzoek komen.’

Explosief is vooral dat Wilders volgens de wetenschappers de sociale cohesie en democratie ondermijnt. Ergo: hij vormt een gevaar voor de staatsveiligheid. Daarmee benoemen de onderzoekers wat velen binnen overheidsinstanties vinden, maar wat niemand in het openbaar durft te uiten, zo blijkt uit een rondgang van de Volkskrant. De vrees bestaat dat Wilders hieruit politieke munt slaat door te stellen dat de autoriteiten hem monddood willen maken.

Diverse overheidsinstanties en departementen hebben ‘hun buik vol van Wilders’, zegt ook terrorismeonderzoeker Edwin Bakker van instituut Clingendael. ‘Hij creëert een zekere mate van dreiging. Niet alleen in het buitenland met Fitna (zijn anti-islamfilm, red.), maar ook omdat hij angst mobiliseert in Nederland. Wilders is een gevaar voor de staatsveiligheid.’

Er is sprake van een merkwaardige paradox, zeggen ingewijden. De autoriteiten zijn veel beter voorbereid op een terroristische aanslag dan vijf jaar geleden toen Theo van Gogh door Mohammed B. werd vermoord. Maar de samenleving is daarentegen, door onder andere het optreden van de PVV, veel kwetsbaarder geworden. Een aanslag zou nu, zo vreest men, tot maatschappelijke ontwrichting kunnen leiden. Wilders was niet bereikbaar voor commentaar.


Wie?
Het Meldpunt Discriminatie Internet dat wanhopig op zoek is naar bestaansredenen heeft met het geven van de opdracht tot samenstelling van dit rapport een schotschrift afgeleverd dat tot doel heeft de continuïteit van organisaties als stichting Magenta en het MDI veilig te stellen. Immers: "Extreemrechts is springlevend op internet". En moet bestreden worden. En door wie anders dan het MDI?

Tegelijkertijd worden de linkse maatjes van het MDI voorzien van een extreem rechtse vuilcontainer waar zij de politieke tegenstanders in kunnen smijten als het zo uit komt.

De veren van het CIDI

In het kader van het opblazen van het niet aflatende gevaar van extreemrechts meldt het Meldpunt Discriminatie Internet met enige trots dat er maar weer eens een extreemrechtse website aangepakt gaat worden.
Althans, twee websitegebruikers: een poster en de moderator zijn voor de rechter verschenen.

Straffen tegen stormfront geëist

Vandaag kwamen de zaken tegen een moderator en een gebruiker van het internet forum Stormfront voor de rechter. Het OM heeft een boete en werkstraf tegen hen geëist.

Het Stormfront forum is het grootste en bekendste extreemrechtse forum van Nederland. Er zijn vele strafbare uitingen op dit forum aan te treffen en het forum vervult het een belangrijke functie voor verschillende extreemrechtse groeperingen. Mede naar aanleiding van informatie van het MDI startte de politie in 2005 een grootschalig onderzoek naar Stormfront.
Het MDI doet hier voorkomen of ze de hand in het onderzoek heeft gehad. Dat is niet juist. Het MDI heeft misschien lopende het onderzoek informatie aangeleverd, maar het initiatief om een onderzoek naar Stormfront te vragen kwam van het CIDI.

Van de CIDI-website:
Justitie vervolgt ‘Stormfront' wegens antisemitisme

Bijna vijf jaar nadat CIDI de minister van Justitie had opgeroepen om op te treden tegen de extreemrechtse website ‘Stormfront', heeft het Openbaar Ministerie besloten vervolging in te stellen tegen de personen achter die website. Dat heeft het Openbaar Ministerie aan CIDI medegedeeld.

CIDI stuurde op 17 november 2004 een ‘brandbrief' aan de minister van Justitie over de activiteiten van Stormfront. Deze brief werd later door het Openbaar Ministerie als een reguliere aangifte behandeld. In de brief werd melding gedaan van de vele discriminerende/antisemitische uitspraken en regelrechte bedreigingen met geweld (onder andere tegen CIDI) op het forum van de website.

Volgens het Openbaar Ministerie slaagde de politie er in eerste instantie niet in om "identificeerbare verdachten" te vinden. Maar uiteindelijk is het toch gelukt om vier verdachten in beeld te krijgen. Bij deze personen zijn op 19 september 2007 huiszoekingen gedaan, waarbij onder meer computers en documenten in beslag werden genomen. Er werden geen aanhoudingen verricht. Tegen twee van de vier verdachten is echter genoeg bewijs gevonden om vervolging te kunnen instellen. De zitting is op 17 september in de rechtbank van Amsterdam.

De twee verdachten worden beschuldigd van meerdere strafbare feiten: het plaatsen van een antisemitische tekst op de website, het bedreigen van een Joodse journaliste en het zich beledigend uitlaten over Joden en negroïde personen.
De ‘poster' (de persoon die berichten op een forum plaatst) die zal worden vervolgd is op de Stormfront-website bekend onder de naam ‘Cicero'. Hij wordt naar zeggen van het Openbaar Ministerie gedagvaard voor vier feiten. Feit 1: het plaatsen van de antisemitische tekst: "De Jahoed is een parasitair wezen zonder besef van ecologie. Vandaar milieuvervuilende judeo-plutocratie en judeo-marxisme. Jahoed tot veevoer verwerken en de biologische basis van non-ecologisch economisch bezig zijn is opgeheven. In plaats van te betogen tegen kernenergie kunnen de groene jongens beter betogen tegen Jahoed. Ook de roofbouw op de oceaan geeft blijk van een Jahoed-mentaliteit. Kortom, de varkenshouderij kan circa 15 miljoen eenheden tegemoet zien. Als de biologische basis van het roofbouwplutocratisme is vernietigd zal de roofbouwplutocratie-mentaliteit vanzelf beginnen af te sterven." Feit 2: betreft een bedreiging aan een Joodse journaliste: "we komen jou en je kindertjes ophalen. Tsjoeke-tsjoeke tuut-tuut!". Feiten 3 en 4 betreffen het beledigend uitlaten over Joden en/of negroïde personen. In die berichten wordt gesteld dat Auschwitz nodig blijft ter zelfverdediging en dat ‘roetmoppen' met een banaan de boom in horen.

De tweede verdachte, de ‘moderator' (de persoon die het forum beheert), zal worden gedagvaard voor het plaatsen/of geplaatst houden van de onder feit 1 genoemde tekst. Daarnaast wordt hij vervolgd voor het plaatsen en/of geplaatst houden van de tekst: "De echte sluwe criminaliteit komt niet van welk ander volk behalve van het zionisme. De joden zijn het gevaarlijkste subras voor onze maatschappij".

Al zo'n vijftien jaar is Stormfront in Nederland actief met racistische en antisemitische acties en ophitsing op Nederlandstalige secties van in de VS gehoste internetsites. De groep is ook in verband gebracht met geweldpleging, bedreiging, Holocaustontkenning en ideologisch vandalisme. In november 1999 werden twee leiders van de Nederlandse afdeling van Stormfront veroordeeld wegens het aanbrengen van antisemitische bekladdingen op de Joodse begraafplaats in Den Haag.

In latere jaren gaven deelnemers aan het Stormfront-forum bijvoorbeeld te kennen dat Joden ‘onschadelijk' gemaakt moeten worden en dat Joden achter de moord op Theo van Gogh zouden zitten. Ook hitsten zij op tot geweld tegen CIDI en beschreven zij hoe een Jood herkend kan worden. Joden zouden ook voorkennis hebben gehad van ‘11 september', de Holocaust hebben verzonnen en samenspannen om de wereld te overheersen.

Het CIDI noemt het MDI niet eens in het bericht. En andere sites die over deze zaak berichten, zoals deze en deze ook niet.

Het MDI, op haar beurt, noemt het CIDI dan weer niet. Het MDI gaat er weer eens op een trieste manier met een resultaat van een initiatief van een ander vandoor.

Het MDI schrijft verder:
Dit onderzoek heeft geleid tot de aanhouding van twee toonaangevende personen van dit forum. Het OM heeft tegen een 43-jarige man een werkstraf van 120 uur en een voorwaardelijke celstraf van drie maanden geëist. Hij heeft onder het pseudoniem 'Cicero' meer dan 6000 berichten op het forum geplaatst. Daarin schreef hij onder meer teksten die beledigend zijn voor joden en zwarte mensen. Zo schreef hij dat joden ziekteverwekkers en parasitair zijn, en verwerkt zouden moeten worden tot veevoer. Indertijd konden nietsvermoedende internetgebruikers door simpele zoektermen als 'veevoer' en 'ecologie' op google in te vullen met deze uitingen geconfronteerd worden. 'Cicero' wordt tevens verdacht van het bedreigen van een joodse vrouw. Tegen de 38-jarige moderator 'Full of Pride' eist het OM een boete van zeshonderd euro en een voorwaardelijke celstraf van twee weken. In zijn functie als beheerder is hij verantwoordelijk voor het openbaar maken van de strafbare uitingen, aldus het OM.
Hier komt het MDI maar weer eens met het onzinnige zoekmachine-argument. Alsof websites vanuit het bosje dat Google heet voor de neus van de niets vermoedende internetgebruiker springen en hun jas open slaan.

Een beetje ervaren zoekmachinegebruiker zal niet op foute uitingen stuiten.
Een handige googelaar vult twee of meer zoektermen in om gerichter te zoeken.
Iemand die met Google om weet te gaan vult 'veevoer' én 'samenstelling' in, of 'veevoer' én 'milieueffect': afhankelijk van waar hij naar zoekt.

Onervaren zoekmachinegebruikers zoeken vooral langer. En hoe langer er gezocht wordt, hoe meer de kans toeneemt dat men op onbedoelde sites zal stuiten.

Neemt niet weg dat er tegen het bedreigen van personen ingegrepen moet worden. Het OM neemt daar 5 jaar de tijd voor.
Extreemrechtse websites en fora zijn gemakkelijk te vinden en worden veel bezocht. In 2008 deed het MDI onderzoek naar extreemrechts op het internet en werden meer dan 100 extreemrechtse websites gericht op de Nederlandse samenleving gevonden.
Die 100 extreemrechtse websites werden niet door de onderzoekers gevonden: die sites werden aangeleverd door het MDI en en de linkse Antifascistische Onderzoeksgroep Kafka.
De onderzoekers waren waarschijnlijk nog niet tot de helft van dit aantal gekomen als er niet door de genoemde clubjes was gefourneerd.
De duizenden strafbare uitingen die hierop zijn aan te treffen richten zich voornamelijk tegen moslims en joden. Via een forum als stormfront wordt jongeren de gelegenheid geboden zich aan te sluiten bij (gewelddadige) extreemrechtse organisaties. Extra preventie en gerichte aandacht van politie en justitie in deze is wenselijk, bijvoorbeeld door te ‘patrouilleren’ op deze webfora zodat misstanden vroegtijdig kunnen worden gesignaleerd en bestreden.
Het Meldpunt Discriminatie Internet ziet het in de gaten houden van extreemrechtse websites dus blijkbaar als een middel om een veronderstelde tsunami van extreemrechts te keren. Extreemrechts bestaat echter al veel langer dan het internet. Als de bestrijding van extreemrechts via het internet ooit gestalte zal krijgen, dan zullen de extreemrechtse groeperingen naar hun oude methoden teruggrijpen om zieltjes te winnen.

Patrouilleren op extreemrechtse (en andere subversieve) webfora dient niet ter preventie of bestrijding, maar ter monitoring ingezet te worden.